is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34481 catechumenen, die zich op het doopsel voorbereiden.

Van 1 Juli 1897 tot 1 Juli 1898

907 doopsels van volwassenen , in doodsgevaar.

2137 doopsels van volwassenen , niet in doodsgevaar.

365 kinderen, tegelijk met hunne ouders gedoopt.

34295 doopsels van heidensche kinderen, in doodsgevaar.

7115 heidensche kinderen werden gedurende dit jaar (1 Juli 1897 tot 1 Juli 1898) door hunne ouders in onze weeshuizen van de H. Kindsheid gebracht.

In onze scholen bevonden zich:

6003 gedoopte jongens.

5259 nog niet gedoopte jongens.

4660 gedoopte meisjes.

649 nog niet gedoopte meisjes.

Van de 115 duizend christenen heb ik er 2336 te bezorgen, en van de 34 duizend catechumenen hezat ik er in mijn|district 430; en sedert eene maand zijn er nog een tiental heidensche families bij mij gekomen om christen te worden.

Gij ziet, dat onze missie goed vooruitgaat. Maar hoe grooter het getal onzer christenen wordt, hoe meer het noodigüs kerkjes en scholen te bouwen. De nieuwe christenen en catechumenen , die te ver van de kerk wonen, gaan voor een groot getal verloren, omdat de missionaris ze niet regelmatig kan bezoeken.

Op het oogenblik zoude het mij hoogst noodig zijn, drie kleine kerkjes te bouwen: dat zijn geen groote onkosten; zooals ik u in een vorigen brief schreef, kan ik met een duizend gulden reeds een knap kerkje bouwen ; maar drie kerkjes maken drie duizend gulden, en waar die vandaan gehaald ? Die vindt men gewoonlijk niet in de beurs van een missionaris.

En ziedaar waarom ik de hand uitgestrekt heb om een aalmoes te vragen.

De missionarissen zijn eeuwige bedelaars, zegt men; dat_is