is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 48, 1898, no 283-288, 1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aller aandacht getrokken op de witte kleeding der Zusters Men snelt toe, van weerskanten worden teekens gegeven, eenige mannen begeven zich te water en beginnen van daar te onderhandelen. Het is vooreerst de brahmaan, die het opzicht heeft over het kamp ; het potlood , dat hij achter het oor gestoken heeft, is het teeken zijner gewichtige bediening. Bij hem voegt zich vervolgens een ploeg werklieden en een Koenbi, reeds bekend aan de Zusters, Het gesprek ontspint zich :

Ama’s, gij kunt hier niet over, het water is te hoog, zegt de brahmaan, maar ik zal u naar den anderen oever laten dragen. En zijne stem verheffende, roept hij: Spoedig twee vrouwen van hooge kaste om de Ama’s te dragen.

Twee gespierde Koenebi’s treden vooruit en gaan in schuine richting (want de strooming was zeer sterk) door het water tot bij de Zusters. Juist op dit oogenblik betrekt de hemel en begint de regen te vallen. Wat gedaan ? Het gebed is een algemeen hulpmiddel; men herhaalt driemaal het Wees gegroet, en de wolken scheuren vaneen en laten de zon door. De twee groote, sterke vrouwen reiken elkaar de hand en bieden de eerste Zuster het middel om droog den hoogen vloed over te komen, die haar van hare kleine zieken scheidde. Een juichkreet gaat van beide kanten op, als zij den anderen oever bereikt. Hier had de liefde weer een bescheiden doch treffende overwinning behaald. Het was laat en dus moest er haast gemaakt; zeventien doopsels werden aan stervende kinderen toegediend. Een onweer dreigde op te komen.

Ama’s, komt ons spoedig weder bezoeken. Dit was de afscheidsgroet van dit arm volk, zoo gelukkig om de zorgen en de kleine aalmoezen, die hun verstrekt waren. De Zusters werden weder naar de overzijde der rivier gedragen.

God waakt met eene bijzondere zorg over zijne dienaressen, want nauwelijks verwijderen de Zusters zich van de laatste rivier, of de regen begint in stroomen neer te plassen. Gezeten in haar klein baudi, dat vlug over de goed aangelegde districtswegen rijdt, bedanken zij den Hemel voor zijne bescher-