is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 49, 1899, no 289-294, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maakte groenten. Daarbij nog eenige groote visschen uit de grachten en .slooten, die de erven omringen , en zoo kon men de magen in de passende feestelijke stemming brengen. Ik meen zelfs, dat er iemand geweest is, die hier bij uitzondering een varken heeft geslacht, op hoop van bij de feestvierende christenen goede zaken te doen. Behalve hij zulke buitengewone gelegenheden moet men hier geen vleesch op tafel zoeken : de lui zijn hier, uit armoede, allerstrengste vegetariërs. Ik deed gelijk mijne huren en wierp het net uit in het water, dat onze residentie bespeelt; ik haalde een snoek op van 7 pond. Dien moet gij daar vroeger ingedaan hebben , toen het nog maar een potvischje van een pink dikte was; ten minste de oude kok schreef het aan uwe voorzorg toe.

Doch daar komen de christenen al aan langs al de wegen, door het riet, dat de akkers omzoomt, aangeduid. Hier een volle kruiwagen , die niet zonder reden piept : aan den eenen kant van het rad zit mama met haar jongsten lieveling, aan den anderen twee kinderen, rug aan rug vastgehonden. Papa, met bloot bovenlijf, duwt het heele huisgezin voort, en zijn oudste jongen , nog pas twaalf jaar, trekt met een gewichtig gezicht aan het voertuig: hij droomt al van den tijd, dat hij mans genoeg zal zijn om zelf een twee-, driehonderd pond te kruien op de oneffen wegen van Neder-Hai-men. Ik zou, zoo waar, den rosharigen hofhond nog haast vergeten hebben, die voor het rijtuig trippelt. Gij zelf hebt dit tooneeltje dikwijls genoeg onder de oogen gehad. Thuis gebleven is niemand, behalve de oudjes en de zieken; en toch, wat zouden ze graag die kerk eens gezien hebben, waar men zoo wondere dingen van vertelt 1 Daar komt nog hij , dat velen hunner uit Jaw-kong-soe vandaan zijn, en dit hetrekkelijk oud plaatsje nog de graven en lijkbussen bevat der grootouders, die het eerst deze gronden, aan den Blauwen Stroom ontwoekerd, bebouwd hebben. Men ziet nog zoo gaarne met een gevoel van kinderlijke genegenheid de oude hofstee we-