is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 49, 1899, no 289-294, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taan xullen beijveren , de eenen om de verlaten kind' ren op te zoeken , de anderen om nieuwe gestichten op te richten. Maar iedereen moet medehelpen , men mag zich niet op zijnen gebuur verlaten, ieder moet zelf werken.”

« Wij vroegen eens aan een onzer vrienden, of men in zijne buurt de kleine meisjes ook verdronk. Hij antwoordde, dat hij er geene zekerheid van had. Maar eenigen tijd later zagen wij hem weer, en zijn eerste woord was; men verdrinkt ze ! De man , door onze vraag achterdochtig geworden , had eenige vrouwen uitgehoord, die hem bekend hadden, dat het de gewoonte was.”

« O ! de geletterden, die achter hunne goed gesloten deuren altijd bij hunne boeken zitten , en niet weten , dat iederen dag, op eenige stappen van hun huis, ontelbare kinderen tevergeefs weenen, opdat men hun het leven late! Men moet dus zoeken en inlichtingen inwinnen. Maar, zal men zeggen , het is door onze wijze wetten aan de mannen verboden in de kamers der vrouwen binnen te gaan ! Goed , maar door de vrouwen kunt gij gemakkelijk te weten komen wat er daar omgaat; geeft haar vijfhonderd muntstukken (2 fr. 50), opdat zij een kind, door zijne ouders ter dood veroordeeld , afkoopen en het u aanbrengen.”

(( Er is nog meer te doen. Menigvuldige geschriften zijn er uitgegeven, om het volk van die schrikkelijke misdaad af te trekken ; maar de onwetende menschen verstaan niets van den hoogdravenden stijl dier geleerde verhandelingen. Beijveren wij ons dus om aangaande hetzelfde onderwerp verschillende plakbrieven in gewonen schrijftrant op te stellen, en liedjes te maken , om die op de markten te doen uitdeelen en in de dorpen te laten ronddragen. Zoo zullen wij allen gezamenlijk werken om het goed te doen en het kwaad uit te roeien !”

Welnu, achtbare lezers van onze annalen, wat zegt gij daarvan ? Het is een heiden, een Sinees, die het stuk heeft opgesteld, dat gij daareven gelezen hebt. Hij windt er