is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 49, 1899, no 289-294, 1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op al die kleinen nedeivien, en hoe overvloedig zal zij haren zegen uitstorlen over het Genootschap, dat zoovele zielen tot het eeuwig geluk brengt.

Wij hebben dit jaar meer dan driehonderd zieken in stervensgevaar gedoopt. Dit gelal zal van jaar tot jaar toenemen, want men roept ons dikwijls hij zieken of men brengt ze bij ons, opdat wij hun de noodige geneesmiddelen geven. In het weeshuis hebben wij een dertigtal kinderen opgenomen , waarvan eenigen aangebi acht zijn door hunne voedsters , anderen door hunne ouders. Uit een dorp, dat zachtjesaan voor onzen godsdienst gewonnen wordt, is een klein, blind meisje tot ons gekomen van zeven a acht jaar. Zij was haren ouders tot last en dezen hebben ze aan de H. Kindsheid toevertrouwd onder dankbetuiging aan den God der christenen, die eene zoo groote liefde weet in te boezemen. Ter oorzake van dit kind -zal de godsdienst ingang vinden in die streek, waar reeds vele geloofsleerlingen zich laten onderrichten.

Eene andere arme weduwe had een meisje, dat deerlijk verminkt was en zonder stok niet kon gaan ; zij bracht het naar het gasthuis. Daar de geneeskunde onmachtig bleek en de moeder zag, hoe gelukkig de weeskinderen zijn, smeekte zij den missionaris ook hare dochter aan te nemen. Sinds komt deze arme moeder haar kind dikwijls bezoeken en laat dan nooit na ons te bedanken. Zij vermoedt echter volstrekt niet, dat twee harer kinderen reeds schoone engeltjes in den hemel zijn: buiten haar weten hebben wij deze kleintjes in het uur des doods gedoopt. Ongetwijfeld hebben zij veel gebeden voor hai’e moeder, die ons haar verlangen om christen te worden kenbaar gemaakt heeft. Binnen ko)t zal zij op de lijst der geloofsleerlingen opgeschreven worden , en opnieuw zal een geheel huisgezin het ware geluk aan de H. Kindsheid te danken hebben.

Een andere voedster, onze naaste buurvrouw, die twee kinderen, een jongetje en een meisje, voor ons grootgebracht heeft, betuigde een groot verlangen om ze als hare eigen