is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 50, 1900, no 295-300, 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtbaar is, naarmate de uiterlijke omstandigheden minder wellicht dan ooit te voren het Genootschap gunstig waren.

Vervolgens voelen wij ons verplicht, onzen oprechten dank en onze beste gelukwenschen uit te spreken jegens de Leden des Genootschaps en inzonderheid jegens de Besturen der H. Kindsheid in die bisdommen of landen, die zich door ijver en mildheid hebben onderscheiden.

Op de eerste plaats noemen wij hier den hoefdraad van Aken, die voor zijn deel alleen , over de 30,000 fr. meer inzamelde dan verleden jaar; dien van Munchen , die, wat bet cijfer der jaarlijksche rekening betreft, nog aanzienlijker vooruitgang kan aanwijzen ; en al is dit ten deele te verklaren uit achterstallige inkomsten van het voorgaande jaar, toch blijft, na aftrek der verhooging, die het totaal daardoor verkreeg, de vooruitgang groot genoeg om Munchen naast Aken eene eervolle plaats te verzekeren.

Onder de andere landen en streken, waar vooruitgang valt waar te nemen , vermelden wij nog (zonder te beweren dat onze opsomming volledig is) het groot-hertogdom Baden, Zwitserland , Italië , lerland , Spanje , Portugal, het bisdom Metz (dat gestadig aan vordert, en in het laatste tiental jaren zijne ontvangsten meer dan verdubbeld heeft). Ook dat van Straatsburg mag wel met name vermeld worden, daar het reeds omtrent 12 jaar lang nooit beneden de 100,000 fr. is gebleven, en thans weer 110,269 fr. inbrengt. Was verleden jaar het bedrag een weinig hooger, dit kwam voort van bijzondere giften, die minder vast elk jaar terugkomen ; de gewone bijdragen der leden schijnen integendeel eer toe- dan afgenomen.

Na gesproken te hebben over al die landen en bisdommen, waar de ijver en de mildheid voor het Genootschap gedurig schijnen aan te groeien, naarmate de behoeften onzer Missiën vermeerderen, spijt het ons , den naam van Frankrijk bij die opnoeming te moeten voorbijgaan. Wel is waar hadden wij reden genoeg om een lager cijfer te vreezen , dan