is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 50, 1900, no 295-300, 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch nauwelijks was ik 200 meter ver gegaan , of ik zag tusschen de overblijfsels van een vervallen hut een versleten zwart lendenschort liggen; ik lichtte het met de punt van mijn stok op , en tot mijne niet geringe verbazing vond ik er een meisje van omtrent 12 jaar dat door de slaapziekte was aangetast en den dood nabij scheen. Het arme kind kon reeds met meer spreken ; maar zij boorde en verstond nog wat ik zeide , en dat was mij genoeg. Ik knielde naast dat levend geraamte neder en sprak : « Mijn kind, ik ben de Pater, wees maar niet bang; ik kom om u goed te doen.’’ zag mij met groote oogen aan , verwonderd en tevens verblijd. Daarop gaf ik haar wat te drinken en stak een vuurtje bij haar aan. Behalve den zwarten lap, dien ik het eerst gezien had, had zij nog bij zich een blikken busje met vuil en modderig water en een steen bij wijze van hoofdkussen ; dat was al haar huisraad, en dat voor een doodziek kind

En toch toekende haar gelaat blijdschap en hare oogen schenen mij te bedanken. Het kostte mij dan ook weinig moeite, haar in de voornaamste waarheden van den godsdienst te onderrichten ; het lijden scheen hare ziel tot de genade des geloofs te hebben voorbereid. Ik doopte haar ten slotte en moest haar aan de zorgen van haar Engelbewaarder overlaten , en afscheid nemen tot wederziens in den hemel. Een kwartier later hoorde ik woedend achter mij roepen; het was het opperhoofd van Ngoetoe, een dweepziek fetisch-aanbidder, die mij kwam verwijten dat ik mij bad verstout iets te doen voor zulk een heks, die de zielen der menschen opat, en die men moest laten sterven zonder er zelfs naar om te zien.

Zoo behandelt het heidendom de kinderen. Geen wonder : als Jesus de kinderen zoo liefheeft, moet de Satan ze wel halen. Ik weet hier een bosch, waar nog pas veertien dagen geleden een ziek kind levend begraven werd om, zeide men, zoo de ziekte mede te begraven.