is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 50, 1900, no 295-300, 1900

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtigen. De vorst meende ons daar de grootste verrassingen te hebben bereid ; naar zijn zeggen bezat hij eene verzameling der kostbaarste rariteiten uit Europa en Afrika. Om onze bewondering ten top te voeren, moest Aloïs eene ouderwetsche muziekdoos en een even eerbiedwaardigen wekker opdraaien en laten afloopen. Toen de beide instrumenten samen begonnen te spelen, valsch tegen elkaar klinkend, was Manhiéma in de wolken ; en klapte in de handen van pleizier; wij van onzen kant, om zijne zwarte iMajesteit niet te beleedigen, moesten beleefdheidshalve doen alsof zulke wondere dingen ons begrip te boven gingen.

Toen wij alles afgezien hadden, bracht men ons in de eetzaal, een ruime schuur met droog gras gedekt. De maaltijd stond gereed. « Met de Heeren Missionarissen ,” sprak toen Manhiéma heel verlegen , « eet ik altijd aan dezelfde tafel; maar met u durf ik mij dat niet veroorloven.” Wij zeiden hem terstond, dat wij opzettelijk gekomen waren om met hem aan ééne tafel den maaltijd te gebruiken. Tot dankbetuiging drukte hij ons eerbiedig de hand, terwijl zijne hovelingen en bedienden het uitschreeuwden van blijde verbazing. Waren wij er in geslaagd , den koning genoegen te doen ? Wij begrepen niet, hoe zulk een gering blijk van vriendschap op die lieden zulk een indruk te weeg kon brengen. Wij van onzen kant moesten de behandeling, ons van Manhiéma ten deel geworden , als een groote eer beschouwen. Manhiéma is een groot koning, die al de omwonende stammen beheerscht. Zijne hooge jaren hebben hem niets van zijn kracht, zijn moed en zijn krijgshaftig voorkomen doen verliezen ; hij weet zijne onderdanen vrees en ontzag in te boezemen ; heel zijn voorkomen is dat van een man , die geboren is om te bevelen , en zonder wederspraak wil gehoorzaamd worden. « Dit is de eerste maal van mijn leven ,” sprak hij met fierheid , « daf ik met vrouwen eet; maar ik doe het ook met niemand dan met u.” De negers namelijk eten nooit in tegenwoordigheid van vrouwen, ook niet van hun eigen huisvrouw;