is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 52, 1902, no 307-312, 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den dag werd de toestand hachelijker. Bericht op bericht meldde aan Mgr. Favier nieuwe brandstichtingen en moorderijen. De onbezette gedeelten der bisschopswoning, der hospitalen en weeshuizen waren opgepropt met christenen van buiten, die bij hunnen bisschop huisvesting en bescherming kwamen zoeken.

Reeds geraakten de hoofdstad en de voorsteden vol Boksers. Op klaarlichten dag zag men wagens vol oorlogstuig naar de pagoden rijden , waar de Boksers zich in hadden genesteld.

Het weeshuis van Sja-la-eul, als buiten de muren gelegen en in de nabijheid van een zeer ongunstig ter faam staand Tartaren-kamp, scheen alles te vreezen te hebben van een nachtelijken aanval der Boksers. Sinds half Mei leefden meesters en kinderen er in voortdurenden angst: het onweder was voor de deur en zou weldra uifbarsten.

Den Mei O. H. Hemelvaartsdag, had een voorval plaats, waaruit wel bleek , hoezeer de gemoederen overprikkeld waren. Tegen drie uur ’s namiddags, na het Lof, hielden de kinderen in de kerk de Meimaandoefeningen. Op eens komt er een dolleman aan de kerkdeur uit alle macht schreeuwen ; « Sjaw 1 Sjaw I” « Steek in brand I steek in brand!” In een oogwenk was de kerk ledig: de jongens komen bevend bij de Broeders op de binnenplaats geloopen. « Wat is er dan toch gaande ?” vraagt Br. Joseph-Félicité, hun Directeur. « I-ho-tsuan-lai-la —de Boksers zijn in aantocht” , roepen allen te zamen.

De Broeders, die pas uit de kerk waren gekomen, gaan terug tot op de straat en zien er den stadswachter der wijk bezig met een kerel te boeien. Het was de rustverstoorder van daareven.

Het geval was op zich zelf niet zoo erg; maar er bleek toch uit, dat het Gesticht in de plannen der Boksers niet over het hoofd gezien was. En werkelijk, reeds den volgenden dag ging openbaar het gerucht, dat in den nacht van 25 op 26 Mei het weeshuis verwoest en al de inwonenden vermoord