is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 52, 1902, no 307-312, 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige weezen die nog slechts doopleerlingen waren, te doopen. Arme jongens! als zij er het leven afbrengen , zullen zij den dag huns doopsels niet licht vergeten.

Meer dan eens beproeven de Boksers bet terras te bestormen ; maar de jongens onthalen ben op een stortbui van kalk en metselsteenen , die men daarvoor gereed had gelegd, en doen hen telkens terugdeinzen.

Tegen ‘i uur ’s namiddags werden de steenen van het terras (want bet rustte op een gemetseld en vuurvast gewelf) zoo gloeiend heet, dat de schoenen onzer jongens aan’t branden raakten. Bij de hitte, door den brand veroorzaakt, voegde zich nog de zengende .Funi-zon. Flet was niet om uit te houden. De arme jongens vergingen van dorst; die het ergst leden, kregen het beetje wijwater dat er nog over was; verder moest men zich met vuil en brak water trachten te behelpen.

Omstreeks 3 uur besloot Br. Josepb-Marie Ado eene poging te wagen om te ontvluchten. Een dertigtal knapen volgden hem. De Broeder met eenigen hunner slaagde er in den weg naar Pé-tang te bereiken ; maar andere knapen werden door de bandieten gegrepen , en deels op hunne weigering om het geloot te verzaken, deels zonder ondervraagd te zijn, terstond vermoord.

Degenen, die door de Boksers been geraakt waren, en in de gebouwen van het bisdom hoopten te kunnen komen, die door dertig Fransche en tien Italiaansche mariniers verdedigd werden , vonden de poort der Gele Stad , waar zij door moesten , bewaakt door keizerlijke troepen, die niemand door lieten. Al het bidden en smeeken van den goeden Broeder mocht niet balen. Er bleef dus niets over, dan naar het weeshuis van Sja-la-eul terug te keeren

Toen de duisternis was ingevallen , zag men de bandieten, verzadigd van moord en plundering, zich een weinig verwijderen. Dat was een straaltje van hoop : misschien zou men nog den dood kunnen ontkomen Maar de arme jongens