is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 52, 1902, no 307-312, 1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezig zijn. Ik wist werkelijk niet, hoe het moest gaan op reis, daar men juist in die middaguren nog op weg is en men hij het op- en afgaan van heuvels en bergen zijne oogen zoo hard noodig heeft. Nochtans met een vol vertrouwen op God hielp ik zooveel ik kon aan het gereedmaken van de karavaan en in enkele dagen waren mij met alles daarvoor klaar. Wij wachtten nu nog enkel op den anderen Pater, die door Mgr. naar den districts-commandant was gezonden, om eenige zaken, den nieuwen missiepost betreffende, met dezen te bespreken.

Wij verwachtten hem eiken dag terug, doch de eene dag verliep na den anderen , zonder dat hij kwam. Nu konden wij enkel aannemen , dat hij en zijn gezel door tegenwind moesten zijn teruggehouden , want zij hadden verkozen de reis te water te doen. Doch op ’n goeden morgen kwam een neger met een brief, waarin zij meldden, dat zij schipbreuk hadden geleden aan de Tanganika-kust ter hoogte van Bondo. Zij waren nl. overvallen door een zware hui en storm, waarbij hun mast was gebroken. Thans moesten zij op goeden wind wachten om dan naar Mpala toe te kunnen roeien. Ongelukken waren er verder niet hij deze ramp voorgekomen : met een nat pak waren zij eraf gekomen.

« W'elnu,” zegt Mgr., « alles tegenspoed, wat wij ondervinden ! (maar voor mij met mijne zieke oogen was het wezenlijk eene uitkomst.) Het wachten moede, zocht onze Overste een middeltje, om reeds te kunnen vertrekken , en later zal blijken , dat het een goed middel was. O, onze lieve Heer bestiert alles met groote wijsheid !

De Overste vroeg dan aan Mgr., om reeds den anderen dag te mogen vertrekken , daar het al zoo laat in den tijd was en dat wij anders niet klaar zouden komen , om ons huis nog voor den regentijd onder dak te krijgen. «O” zegt Mgr., zoo’n huis is spoedig gebouwd en wat kunt gij ginds alleen beginnen ?”

«Ja , Monseigneur” , zegt weer de Overste , « maar nog