is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 54, 1904, no 319-324, 1904

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gramschap en riep met donderende stem : « Hoe hebt ge het durven wagen , meisje !”

Zita verschrok hevig; zij opende hare lippen; zij verloor bijna het bewustzijn , en kon nauwelijks ademhalen; doch nu herinnerde zij zich weer levendig den smeekenden blik van den jongen student, zijne bede om te zwijgen , en zij zweeg. Daardoor werd de gramschap van haren heer nog meer ontstoken en op dreigenden toon sprak hij : « Wat een onbeschaamdheid van een dienstbode tegenover een gast! Terstond het huis uit, meisje!” Mèt trok hij aan de schel; de huishoudster verscheen; deze begreep al dadelijk wat er gaande was; de heer liet haar geen woord spreken, maar beval haar kortaf, dat zij Zita aan de deur zou zetten, want dat hij alleen eerlijke en vertrouwbaie personen in zijn dienst kon gebruiken.

« Maar, heer consul,” waagde zij op te merken, «de zaak diende toch eerst onderzocht te worden. Het meisje heeft zich tot nog toe altijd trouw, eerlijk , en vertrouwbaar getoond.” « Wat is hier te onderzoeken ? Ik verzoek u, mijn bevel terstond ten uitvoer te brengen.”

Toch beproefde de buishoudster nog eerst een onderzoek in te stellen, doch zonder gevolg, daar Zita op al hare ondervragingen het stilzwijgen bleef bewaren. Ten laatste noemde zij Zita een « koppig ding;” daarbij vloeiden een paar groote tranen over Zita’s wangen. Nu werd bet de huishoudster, anders een goedhartig vrouwmensch, te sterk; in bitteren wrevel riep zij uit: « Wat zal Mevrouw wel zeggen, als zij bij bare terugkomst van de reis zoo iets van u moet hooren ? Voort, maak pak en zak, en zie, dat gij zoo spoedig mogelijk bet huis uit komt!”

Zita wankelde naar haar kamertje en knielde daar radeloos en hulpeloos voor haar bed neer. Een enkel woord bad haar kunnen redden; maar zij kon het niet over zich krijgen, den knaap, die op haar vertrouwde, te verraden. Van een anderen kant dacht zij dan weer: « Mag ik de verdenking van