is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 55, 1905, no 325-330, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog liever bedelen; of sterven als het moet, dan toestemmen in het voorgestelde huwelijk.

Zoo waren de gedachten die Nargamals geest bezig hielden toen de trein aan het station van Palgath stilhield. Zij stapte uit en richtte zich vreesachtig naar eene veranda, waar zij hoopte den nacht door te brengen, want het was reeds laat. Maar een beamte zond het arme kind weg, en zij moest elders een onderkomen zoeken. Op goed geluk voortgaande werd Nargamal door den nacht overvallen. Doodaf van afmatting en verdriet ging zij neerhurken aan den voet van eenen boom. Daar bracbt zij den nacbt al weenende door.

’s Anderendaags moest zij hare rijst bedelen. Het weinigje dat men baar uit medelijden gaf, was bijna altoos besproeid met hare tranen, en dikwyls kwam de herinnering aan haar vroeger geluk, aan haar broeder en zuster haar voor den geest; alsdan zeide ze wel: O ! als ik nog bij hen was! Maar neen , toch nog liever dit ellendig lot, dan de « talie » , die zij mij zouden willen geven. Na twee maanden van dit pijnlijk en kommervol leven werd Nargamal ziek. Zij sleepte zich voort om wat voedsel te krijgen.

Op zekeren dag ontmoette haar eene arme vrouw, terwijl zij zich langs den weg met moeite overeind hield. Deze bood zich aan, om haar naar onze apotheek te leiden, haar verzekerende dat zij daar « tayarees” (Zusters) zou vinden , die haar goed zouden verzorgen. Het kind liet het zich geen tweemaal zeggen. Leunende op hare liefdadige gezellin bood zij zich in het hospitaal aan. Met blijdschap werd zij opgenomen door de religieuzen, die haar met de teederste zorgen verpleegden. Nargamal leefde weer op ; zij had zooveel geleden, dat zij aan haar geluk niet kon gelooven. Onder den zachten invloed der religieusen die hrar alt, moeders verzorgden en beminden, herstelde het arme kind weldra, en eenmaal genezen verklaarde zij, dat zij de tayarées niet meer zou verlaten. Men hield haar nog eenigen tijd, waarna zij gezonden werd naar ons weeshuis van Ootacamund. Hier