is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 55, 1905, no 325-330, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee hoopten te doen. Nu was het oogenblik gekomen. Als zij Kwen verkochten, kon dat booze wijf met haar man de zoo verlangde reis ondernemen.

Den volgenden morgen vroeg begaven deze ongelukkigen, gevolgd van het kind , zich naar het groote plein, waar de slavenhandelaar meest te vinden was.

De koop was spoedig gesloten; Kwen was een heel aardig kind; zij stond den handelaar in menschenvleesch goed aan. In ruil ontvingen die ouders, zonder gevoel voor hun kind, eenige zoo geliefde ligaturen en keerden gelukkig en tevreden terug, zonder zelfs nog een blik te gunnen ann het arme schepseltje, dat zij als een verachtelijk stuk vee verkocht hadden

In Sina, kinderen, waar de slavernij erkend en aangenomen is, trekken de handelaars in menschenvleesch twee of drie keer per jaar de steden en dorpen van het binnenland rond, waar zij kinderen koopen en ook wel stelen. Als zij een zekeren voorraad hebben opgedaan, verknopen zij die daar waar de winst aanzieniijker is.

Wetende dat zij aan de kust beter winst kunnen maken , aarzelen zij niet hunne koopwaar dikwijls maanden lang langs bergen en dalen te vervoeren.

Kwen werd onmiddellijk naar Tsjee-foe gevoerd en verkocht aan eene Kantonsche weduwe en rentenierster, die een zeker getal slaven en dienstboden bezat.

In deze nieuwe omgeving vergat het kind weldra hare ellende. Bemind van hare meesteres , goed gevoed, goed gekleed, sleet het meisje gelukkige dagen , en meende dat er niets meer te wenschen zou zijn. Maar helaas 1 de fortuin maakt soms vreemde sprongen. De goede Jesus, die dat zieltje voor zich wilde, onderwierp haar aan harde beproevingen.

Onze Kantonneeze had onder hare dienstboden eene oude vrouw, in wie zij alle vertrouwen stelde. Deze bekleedde in