is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 55, 1905, no 325-330, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Miniamal, die te Madras eenige leden harer familie had aangetroffen , bood aan hare meesteres de diensten van een der dochters van dien broeder, dien zij nooit weer gezien had. De jonge dame nam haar aan en de nicht van Miniamal trad er in dienst. Maar, in plaats van zich dankbaar jegens hare tante te toonen, zocht zij zich in hare plaats te dringen. Nauwelijks was zij met de regeling van het huishouden op de hoogte, of zij ging naar hare meesters en vertoonde hun dat het onnoodig was twee dienstboden te houden ; dat zij jong en sterk was, en dat zij tegen verhooging van loon , al het werk wel alleen zou verrichten. Het voorstel scheen redelijk, en de Engelsche dame, vergetende de teedere zorg, waarmede Miniamal haar in hare kinderjaren had opgepast, en al de diensten welke deze getrouwe dienstbode haar had bewezen, zond haar weg, doch niet zonder eene goede fooi, waarbij zij eenige juweelen voegde. Miniamal vertrok met een bedrukt hart, meer gegriefd door de wreede ondankbaarheid van haar nicht dan door de scheiding van hare jonge meesteres. Zij ging eenige leden van hare familie opzoeken die zij in de stad had aangetroffen en had de voldoening een thuis te vinden onder hun dak. Zich te oud voelende voor een nieuwen dienst, ging zij eiken dag van plaats tot plaats eenig werk zoeken; want het zou haar te pijnlijk zijn geweest , als zij hare familie tot last was geworden. Ook gaf zij al hare verdienste trouw aan hen af.

Dit zwervend leven matte allengs de moedige Hindoesche af, en dikwijls werd zij door felle smarten aan hare mat gekluisterd. Hare familie, gewoon iederen dag de opbrengst van hare arbeid te ontvangen, verweet haar toen hare luiheid, zooals zij het noemden, haar beschuldigend andermans rijst te eten. Men durfde haar zelfs in het aangezicht zeggen, dat de góden haar straften, omdat zij met een christen had willen huwen, en dat zij haar nog ellendig zouden laten sterven. De arme Miniamal wist niet meer wat te denken noch te doen. Hare zedelijke pijnen vermeerderden hare natuurlijke