is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 55, 1905, no 325-330, 1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaligheid, door het Werk der H. Kindsheid voortgebracht, alle missionarissen vragen, dat men hen helpe dit Werk in hunne districten te ontwikkelen. Allen zouden een weeshuis willen, vooral talrijker scholen en veel, zeer veel doopers en en doopsters. Als men hunne verlangens kon voldoen, zouden er groote voordeelen uit spruiten voor Gods glorie en de zaligheid der zielen; maar altoos komt er die droevige geldkwestie tusschen.

Wij weten niet hoe genoeg onze dankbaarheid aan U uit te drukken voor de schoone toelage die het Genootschap aan de Missie verleent; en toch is hetgeen gij ons zoo edelmoedig geeft, nauwelijks voldoende voor het onderhoud der werken en der bestaande Gestichten. Ook moeten wij al vaak weigeren kinderen aan te nemen, die men ons brengt, om geene nieuwe lasten te voegen bij die, waardoor wij reeds worden gedrukt.

Somtijds nochtans wordt deze regel geschonden : getuige deze brief van den Eerw. Pater Faure aan den Apostolischen Vicaris : « Dat Uwe Hoogwaardigheid mij vergeve, maar ik heb het bevel overtreden van geen jongens voor de H. Kindsheid aan te nemen. Drie kinderlje.s kwamen aan mijne deur kloppen; twee jongens van tien en acht jaar, geleid door hun zesjarig zusje. Alle drie staan daar te schreien van honger en koude in den noordenwind, die hunne half naakte leden doet verkleumen. Is het niet de Engel der H. Kindsheid die hen door hun jong zusje aan mijne deur geleid heeft ? Hoe hen weigeren ? Hoe kan ik het kleine meisje opnemen en de jongetjes wegzenden ? Het aantal der kinderen, die in de weeshuizen onderhouden worden, is een weinig verminderd om de volgende redenen : verscheidene kinderen tot de jaren gekomen om te huwen of om een handwerk te leeren hebben onze gestichten verlaten. Bovendien hebben een vijftigtal kinderen, tot de H. Kindsheid behoorende, hunne ouders, eerst heidenen, zich zien bekeeren. Om nu nader tot hunne familiën te zijn en alzoo aan hunne bekeering mede