is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk welkom geheeten, naar een iet-wat armoedig verlicht, open vertrek geleid en aan Mgr. Geurts en zijne medehelpers in zijne reusachtige taak voorgesteld. ... En dat ons kleine Holland hier in het binnenland van China zoo’n kleine schaar van getrouwen gezonden heeft, die met opoffering van alles wat het leven versiert en veraangenaamt, zich gegeven hebben aan eene zaak, die zij heilig achten daarop kan ons vaderland even trotsch zyn als op zijn schilders, musici, letterkundigen , of een Koolemans Beyen, die een der groote beweegkrachten was van de Engelsche Noordpoolexpeditie. Dat men in deze (Mgr.) hoogst energieke en sympathieke figuur een goede keuze deed, moge blijken uit het feit, dat, terwijl in 1901 dit bisdom pl. m. 2800 bekeerde Ghineezen telde, dit aantal thans tot pl. m. 5000 gestegen is .... En dat het geloof bergen verzet, blijkt ook hieruit, dat, niettegenstaande de missie geen ondersteuning van Rome of Parijs (haar hoofdzetelj geniet en alleen uit vrijwillige bijdragen bestaat, men er in geslaagd is, ze in den korten tijd van haar zelfstandig bestaan tot zoo’n hoogen trap van bloei te brengen.... Maar afgescheiden nog van hun arbeid als apostelen van de leer des Nazareners onder deze volgelingen (*) van ’n mystieken en duisteren eeredienst aan goede en kwade geesten kunnen wij niet anders dan bewondering voelen voor deze keurbende onzer landgenooten, die hier op zoo waardige wijze het vaandel van beschaving, en de banier met « Hebt uw naaste lief als u zelven”, ontrold hebben.

Dat er werk te over is in het Vicariaat van bisschep Geurts is te begrijpen, wanneer men nagaat, dat er 80 Emplacementen onder zijn bestuur zijn, welke bezocht moeten worden en geestelijk bediend. Slechts 25 hiervan bezitten een kapel; en ofschoon dit getal onder gewone omstandigheden gemiddeld met 3 per jaar vermeerderd wordt, zoo hebben dit jaar de

(*) « Deze volgelingen van, enz.” Hiermede bedoelt de schrijver de heidensche Sineezen, onder welke de missionarissen arbeiden. (Aanteek. der Redactie.)