is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds sedert verscheidene maanden doet het kanon de lucht van zijn somber gerommel weergalmen, en laat ons de verschrikkelijkste gevolgen van den oorlog voorzien. Uiterst groot zal de ellende zijn, maar we zullen hopen. Ja, Monseigneur, wij stellen ons vertrouwen op God, onzen goeden Vader, en op de dierbare kleine leden van de H. Kindsheid met hunne edelmoedige ziel en hun zoo goed hart. O, ik ken er meer dan een die tranen zouden storten, als zij het meer dan ruwe voedsel van onze arme Chineesjes zagen en die onwillekeurig zouden zeggen : Ik, ik word zoo goed gevoed, niets ontbreekt mij; komaan ! ik zal mij iets ontzeggen, ik zal ten minste het offer brengen van eenige versnaperingen ten gunste van die ongelukkigen.

Waarde kinderen, ja, weest edelmoedig. Jesus zal het U vergelden, en uwe offers zullen de bliksemafleiders zijn voor ons dierbaar Frankrijk, dat wij zoo gelukkig zijn te doen kennen , beminnen en eerbiedigen.

Tot aan de oorlogsverklaring gingen onze werken vrij goed, zoowel te I’ieiling als hier; maar zoodra in het Zuiden het kanon bulderde, maakte de paniek zich meester van de Ghineezen en slechts met veel moeite kon men nog eenig goed doen. Ook zijn de 739 doopsels van het laatste dienstjaar de vrucht van vele akten van toewijding, waarvan God alleen getuige geweest is. Koevele opofferingen van eigenliefde, hoevele vernederingen, stilzwijgend verduurd, enkel door het verlangen om de zielen dier kleine stervenden te redden.

Te midden onzer droefheid en angsten, Monseigneur, gewaardigt zich de goede God ons van tijd tot tijd eenige vertroostingen te bezorgen. Zoo is verleden week een klein meisje bij ons terug gekomen onder zeer bijzondere omstandigheden. Dit kind, zeker moetende sterven, werd ons gebracht eenige dagen vóór onze vlucht bij de gebeurtenissen van 1900; zij was toen twee of drie dagen; een christin bad haar gered. Wat te doen met dat onnoozel wichtje ? Wij waren zoo weinig in zekerheid. Gelukkiglijk kwam Sint Joseph