is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem daar of bij de grot verschijnen; terwijl elkeen het bekommerd en angstig uiterlijk opmerkte van den vader, die gedurig in dat gedeelte van den tuin te zien was, waar hij het uitzicht had op zijne hut. ’s Anderdaags zagen onze m isjes een Indischen dokter bij de hut, en vernamen dat de kleine Lingi door een dier kwade koortsen was aangetast, die in weinige uren een doodelijken afloop plegen te hebben. Zij spraken er over tegen de Zuster, die met de kostkinderen belast is; deze achtte het voor de kinderen beter, bare aandacht van die ziekte af te leiden, en deed haar dus de vraag; « Hoe zoudt ge vandaag uw vrijen namiddag het liefst besteden ?” —« Op wandeling, Zuster,” was het antwoord ; «als u het goedvindt, gaan wij eerst langs de fontein en komen over den berg terug.” «Goed, hernam de Zuster, maakt dat gij tegen 3 uur klaar zijt.” Zoo gezegd zoo gedaan : de kinderen hadden veel pret; doch bij bet naar huis komen gingen zij dicht langs de hut van Linga, en dachten nu weer op den kleinen zieke. « Wij moesten eens even gaan kijken ,” zegt een meisje; en dadelijk loepen allen naar het venstertje der hut, dat nauwelijks een vierkanten voet groot is. Daar li,,t de kleine jongen in een donker vertrekje Maar wat is dat voor een onheilspellend gekraak , dat zij hoeren f Het doet haar beven van schrik en afgrijzen : zij denken aan de wreede gebruiken van sommige kasten; zij meenen in het duistere vertrek eene menschelijke gestalte te en weldra onderscheiden zij duidelijk eene oude heks, die den kleine bij den arm vast heeft en hem den pols reeds heeft gebroken. Zij schreeuwen het uit van ontzetting. De Zuster komt naderbij en treedt de hut binnen. Daar ligt het jongetje op zijn mat, krimpend van pijn ; het wijf wilde hem juist den elleboog breken, doch het zien der meisjes had haar in haar bedrijf gestoord. De Zuster greep haar aan en zeide: « Wat doet gij daar, rampzalige ? Houd op, of ik laat de politie roepen I Scheer u weg, en gauw 1 Maar, waar mogen toch de ouders gebleven zijn , dat zoo iets hier