is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Sineesche haar wel de waarheid jjezegd ? Ta-tsjoeng trachtte aan hare stem wat vastheid te geven, en sprak:

c( Maar vergist gij u niet, Hoa-hoa ?”

« Volstrekt niet; want aan mijn man zelven zal Wan binnen acht dagen de geleende taëls terug moeten betalen.”

« Aan uw man , zegt ge ? .... En gij hebt mij niet vroeger gewaarschuwd 1”

«Ik meende, dat uwe voorzichtigheid, Ta-tsjoeng, even groot was als uwe schoonheid. Ik, die leelijk hen , had zeker geen vijf jaar noodig gehad om te bemerken , dat mijn man opium rookte.”

De vrouw van Wan begreep nu alles; dat was de wraak van haar, die zij zoo menigmaal fijntjes bespot had. Op dat oogenblik hoorde men iemand met zwaren en wankelenden stap in'den hof.

« Daar is Wan !” zei Ta-tsjoeng half luid.

In een ommezien waren de vier vriendinnen verdwenen , en Ta-tsjoeng wachtte vastberaden haar man af. De pronkster , de lediggangster, het bedorven kind bestond nu niet meer; alleen de Sineesche vrouw, in hare belangen gekrenkt en besloten om tegen de rampzalige drift van haren man te strijden , bleef nog over.

Wan zelf scheen verlangend, om tot een uitleg te komen ; maar eer hij tijd had om den mond te openen, sprak Ta-tsjoeng rillend van verontwaardiging :

«Ik weet alles; Hoa-hoa heeft mij verwittigd. Wan, gij hebt uw vrouw en kinderen in het verderf gestort.”

Een zucht als van verlichting scheen uit de horst van Wan te ontsnappen.

« Neem Sim ,” zei Ta-tsjoeng verder, « verkoop ze, en zie eindelijk eens af van het opium rooken.”

Wan bezag zijn vrouwtje met verbaasde blikken; nooit had hij vermoed zooveel wilskracht te zullen vinden in dat nietig wezentje, zoo onbeduidend in zijn oogen.

« Sim te verknopen,” zei hij ten slotte, «is niet toe-