is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijke vragen. « Wel neen,” zei de voedster, «ze hebben uw kind allerbest verzorgd; ’t is wonder, dat ze het zoo lang in ’t leven gehouden hebben; en toen het gestorven was, hebben ze nog voor een doodskist gezorgd” (voor de Sineezen is dit eene zaak van het grootste belang; zij plegen reeds bij hun leven hunne doodskist aan te schaflen.) Wij willen hopen, dat zulk een getuigenis uit den mond eener heidensche vrouw die arme moeder en nog menig ander, die gelijke vooroordeelen koesterde, tot beter inzicht zal hebben gebracht. Intusschen als wij ons persoonlijk vertonnen, wordt ons nergens de deur voor den neus gesloten; en indien wij al het cijfer van het. jaar 1902—1903 niet weer hebben bereikt, toch kunnen wij u 2516 doopsels aanbieden.

Hoewel wij tehuis over weinig ruimte beschikken, hebben wij een dertigtal kinderen bij de voedsters moeten wegnemen ; een langer verblijf te midden van het heidensch bederf ware gevaarlijk voor hare onschuld. Toen eenige der pleegouders onzer kleine meisjes die voor de eerste maal bezochten, kwamen de kleintjes hun dadelijk vertellen dat er in de kapel « o zoo’n groole, mooie poessa" (godenbeeld) stond : zij bedoelden het Lieve-Vrouwebeeld. Spoedig echter wisten de kleutertjes, dat het beeld de Moeder van het Kindje Jesus voorstelde. O, kon ik eens een onzer weldoeners op de slaapzalen brengen, en hem laten zien hoe eng al dat kleine volkje hier opeengepakt zit, zeker zou hij dan wel eens in zijne beurs tasten, om dat euvel te verhelpen. De Engelbewaarder van deze arme kindertjes heeft wel een heidenhart tot medelijden kunnen stemmen; zou een christen zich niet laten bewegen ? Zoo kwam laatst een heidensch huisvader zijn voormalig voedstel kind nog eens bezoeken. Ziende dat de kleine door de| muskieten zoo iets als de muggen in Europa haast verslonden werd , gaat hij, door medelijden getroffen , naar een ellewinkel, koopt, in weerwil zijner armoede, een soort van fijn doek voor een bedgordijn en brengt het ons ten geschenke. Op Sineesche feestdagen zijn de ouders