is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 56, 1906, no 331-336, 1906

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaakt zijn, de kinderen, die men ons brengt, te weigeren, om ten minste die, welke wij reeds hebben, te kunnen houden, en misschien weldra ook deze allengs moeten wegzenden, bij gebrek aan het noodige om in haar overigens vrij armoedig onderhoud , (zoowat 10 centimes per dag en per hoofd) te voorzien. Doch neen, tot dit uiterste zult gij het niet laten komen; het liefdewerk der H. Kindsheid, er moge dan gebeuren wat wil, zal wel altoos het liefdewerk hij uitstek der christen kinderen blijven.

Ten slotte durf ik u verzoeken , Hoogw. Heer, voor mij aan al de Leden van den Gentralen Raad mijne eerbiedige hulde te vertolken. Gewaardig u tevens de uitdrukking te aanvaarden van den diepen eerbied, waarmede ik mij noem

Uwe nederige en onderdanige dienares, Zuster Calcagni, Dochter van Liefde.

AP. VICARIAAT VAN OOST-MONGOLIË

Wat er uit eene opiumpijp voortkwam.

(Vervolg en slot. Zie n° 335 hlz. 157.)

jUHpantsjoeng moest zich dus wel onderwerpen; en zoo is zij nu te Si-wan-tse, maar tegen haren wil.

— «Pater,” zei Wan tot den Missionaris, «ik heb over uwen godsdienst hooren spreken, en ik kom om te aanbidden.” (t)

« Goedsprak de Pater. Wan ging naar het doopleerlingen-gesticht voor mannen, en Ta-tsjoeng, Tai en Hoa naar dat der vrouwen.

(1) Aanbidders heeten hier diegenen, die verklaren in den Heer des Hemels te willen gelooven, en godsdienstonderricht verlangen.