is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 57, 1907, no 337-342, 1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid dier gedwongen vrijgezellen, die zij terecht kwang khoen, d. i. bedriegers, deugnieten noemen.

Meestentyds is het onschuldige slachtoffer reeds vóór zijn geboorte veroordeeld, daar de ouders hebben afgesproken hun kind, zoo het geen zoontje is, ter dood Ie brengen of te verlaten ; dit laatste klinkt niet zoo hard, maar beteekent toch een en dezelfde misdaad tegen de natuur.

Laat ik u hier twee gevallen aanbalen, waarvan het eene mij evenveel troost als het andere droefheid veroorzaakte.

Ik was te weten gekomen, dat er op den dijk van Norgasson een kindje, nauwelijks eenige maanden oud, weggeworpen I g t Was in t hartje van den winter. Aanstonds zond ik er twee brave christenen heen om het bloedje te gaan halen of ten minste om het vrij te koopen en te doopen. Doch er was geen bijkomen aan : het monster dat de wacht hield, wees hardnekkig alle aanzoek af, en wilde geen bod aanvaarden. Het arme kind was veroordeeld om van kou te sterven of door de wolven verslonden te worden.

In zeker huis nabij Oe-kju waren herhaaldelijk woorden gevallen tusschen vader en grootvader, over het jongste kind. De vader wilde zijn kind kwijt zijn, en de grootvader kwam er tegen op, dat men het om hals bracht. Die tegenkanting moede, nam de vader de rust van den ouden man waar, om zijn kindje in een hennepveld weg te werpen, waar, zoo verwachtte hij, een wolf hem spoedig van dien lastpost zou bevrijden. Toen nu de grootvader wakker werd en zijn lieveling miste, vermoedde hij onraad, ging uit om den kleine te zoeken, vond hem en bracht hem weer naar huis. De ontaarde vader beproefde nog eens zijn plan uit te voeren, maar ook ditmaal gelukte het. niet. Eindelijk, om er een goed einde aan te maken, besloot de grootvader, het kind naar het gesticht der H. Kindsheid te brengen, liever dan bet langer bloot te stellen aan de wreedheid van zulk een monster. Ik bad het geluk bet kind te doopen ; ik noemde het bodewijk en besteedde het bij eene brave christen vrouw. Eenige we-