is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 53, 1903, no 313-318, 1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij zijt nog zoo jong, hoe komt het dat gij reeds zooveel verstand hebt ?

Een kind van drie jaren, was het antwoord, kan zijnen vader en zijne moeder onderscheiden: drie dagen na zijne geboorte, loopt een haas over het veld; als de visschen drie dagen oud zijn, zwemmen zij door de rivieren. Wat de hemel zoo natuurlijk voortbrengt, hoe kan dat geestig genoemd worden ?

Confucius vroeg nogmaals ; « Zoudt gij mij kunnen zeggen welk vuur geen rook, welk water geene visschen, welke berg geene steenen, welke boom geene takken heelt ?”

De kleine jongen antwoordde: « Het vuur van den glimworm rookt niet; in bronwater, waar het uit den grond opwelt, zijn geene visschen ; een aardenberg heeft geene steenen, en een rotte boom geene takken. Maar gij, die mij zoo vele vragen stelt, zoudt gij op uwe beurt, mij eens willen antwoorden ? Waarom kunnen de eenden zwemmen ? Waarom kunnen de ganzen en kraanvogels roepen ? Waarom zijn de pijnhoomen in den winter groen ?

De eenden kunnen zwemmen , antwoordde de geleerde man, omdat z j breede pooten hebben; de ganzen en kranen kunnen roepen , omdat zij een langen hals hebben; pijnboomen blijven groen in den winter omdat hun merg vast is.

Mis ! riep de jongen uit; visschen en schildpadden kunnen zwemmen, en toch hedben zij geene breede pooten. Kikvorschen en padden kunnen schreeuwen, ofschoon zij geen langen hals hebben; het bamhoesriet is in den winter groen, ofschoon zijn merg volstrekt niet hard en vast is !

En het manneke vroeg nogmaals:

Hoeveel sterren staan er aan den hemel ?

Maar, zei Confucius, ondervraag mij toch over de aarde : hoe toch kunnen wij met zekerheid over den hemel spreken ?

Welnu; hoeveel huizen staan er op de aarde ?