is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 53, 1903, no 313-318, 1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar moet dat heen ? Moeten wij unu nog ten doop houden ? Wat zullen wij nog een moeite met u hebben!” Aurelia liet zich gelukkig door dezen aanval niet uit het veld slaan , maar keerde zich weer dadelijk naar de Zuster, die verder vroeg:

« Zijt gij ooit te biechten geweest ?”

Zij bleef een oogenblik nadenken om haar geheugen te raadplegen. «Ik geloof van neen , Moeder, zeide zij , want ik kan het mij niet herinneren.

Hebt gij ook kinderen ? Zijn die al groot ?

—lk heb verscheiden zonen , nou, en de oudste is wel zoo oud als ik zei/ ?

En is uw man als een goed christen gestorven ?

Och, die arme drommel! Mijn vent zaliger heeft geen kerkelijke rechten gehad; maar wat kon men daar ook aan doen ? Het was onze schuld niet, er zijn op Diego-Garcia geen priesters.

En hoe komt gij nu hier, Aurelia ?

Wel, ik voel, dat ik oud begin te worden, en ik zei zoo bij mij zelven: ik moet dus voor mijn zielezaligheid zorgen. Daarom heb ik ginds op Diego alles verlaten; mijn familie en mijn huisje; ik ga er niet weer naar terug, omdat ik hier bij Onzen Lieven Heer wil sterven.

Waar woont gij bier ? En waar leeft gij van ?

—O, Moeder, ik woon heel ver; ik moet meer dan een uur loopen om hier in den catechismus te komen. Mijn hutje ligt heel achteraf, maar ik ben er gelukkig, omdat ik zoo in de eenzaamheid beter aan Onzen Lieven Heer en aan mijn ziel kan denken. En waar ik van leef? Ik bezit geen enkelen penning; maar dagelijks vraag ik aan Onzen Lieven Heer het noodige voor dien dag, en telkens zorgt Hij, nu zus en dan zoo, dat ik drie of vier sou’s krijg, juist zooveel als ik noodig heb. Wel heb ik nog een zoon, die hier te Port-Louis werkt; maar die kan mij moeilijk helpen, omdat