is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 59, 1909, no 349-354, 1909

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ROMJv

Brief van Zijne Eminentie, den Kardinaal Vincentius Vannutelli aan den Algemeenen Bestuurder.

Rome, 30 Januari 1909.

Monseigneur.

Met genoegen zult gij vernemen, dat de H. Vader met de meeste welwillendheid het Adres van den Centralen Raad en het prachtig door de weesmeisjes van Sina geborduurd ornament heeft ontvangen. Ik heb de eer en de voldoening gehad, beide dezen morgen nog in zijne doorluchtige handen te stellen.

De Opperherder heeft eens te meer zijne waarlijk vaderlijke belangstelling in het schoone werk der H. Kindsheid getoond en Gods zegeningen afgesmeekt over al degenen die er deel van maken en het bevorderen, en meer bijzonder over den Centralen Raad en den waardigen Aigemeenen Bestuurder. Wat het kazuifel betreft, zoo schoon geborduurd, hij heeft er het werk van bewonderd en mij gezegd, dat hij het dikwijls zou gebruiken. Die toezegging zal zonder twijfel veel genoegen doen aan de goede weesmeisjes en hare meesteressen. De H. Vader zegent beiden uit den grond van zijn hart.

Ik wensch U geluk. Monseigneur, met deze nieuwe bewijzen der Pauselijke welwillendheid, die U meer en meer moeten aanmoedigen, te werken voor ons dierbaar werk, en ik bid U, terzelfder tijd de uitdrukking te aanvaarden der gevoelens van toegenegen vereering van

Uw zeer toegenegen

-|- Kardinaal Vinc. Vannutelli.