is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 60, 1910, no 355-360, 1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had gesproken van onzen heiligen godsdienst, van den goeden God en van den hemel. Des anderendaags reeds deed zij zich naar ons vervoeren. „Ik kan mijn lichaam niet genezen, zeide zij ons, maar ik kom mijne ziel genezen.

De verbetering in haar toestand hield niet aan. Toen zij haar einde voelde naderen, verzocht zij den Pater, haar te doopen Hoe treffend was het, te zien, hoe zij de weinige krachten, die haar overbleven, aanwendde, om haa*" geloof te betuigen en den duivel te verzaken ! Toen zij nog eene heidin was, ontrukten haar de smarten hartverscheurende kreten ; christin geworden, leed zij met bewondenswaardig geduld en wilde zich slechts onderhouden met personen, die haar van God spraken. Zij scheen niet meer tot deze aarde te behooren, toen zij zeide : „Ik ga naar den hemel.” Haar zoetste troost bestond in het maken van het heilig kruisteeken en haar blik te richten naar het hemelsch vaderland. De heidenen, en met name haar man, die haar niet verliet, begrepen niets van die geheimzinnige werking der genade. Terwijl haar man bij de zieke verbleef, had hij het Onze'Vader en het Credo geleerd: hij bad ze aan de lijdenssponde, terwijl de stervende zacht en zonder doodstrijd haren geest gaf; des anderendaags waren hij en zijn kind catechumenen. Bij de begrafenis hadden geene bijgeloovige plechtigheden plaats; alleen het kruis, het teeken van een christen, volgde de overledene naar hare laatste rustplaats en duidt ook de plaats aan, waar zij begraven ligt.

Mogen deze harten, hier beneden voor eenigen tijd van elkander gescheiden, elkander wederzien bij Hem, die ze op zulke treffende en barmhartige wijze heeft geroepen dat men sorns geneigd zou zijn, hun lot te benijden I

Aanvaard, Monseigneur, de uitdrukking van onzen diepen eerbied met de verzekering, dat wij den Heer bidden, U toe te staan, ons nog lang ter hulp te komen, U ruimschoots schadeloos te stellen voor uwe bezorgdheid voor