is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 60, 1910, no 355-360, 1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Statistieken maken in China is heei moeilijk, zoo niet onmogelijk; maar we kunnen toch ten naaste bij eene berekening wagen, hoeveel kinderen er in eene stad ais Salatsji jaarlijks weggeworpen worden. Laten wij het getal inwoners op 40.000 schatten. In onze christenheden hebben we gemiddeld op 15 personen jaarlijks eene geboorte ; voor de heidensche stad moeten we waarschijnlijk wat minder rekenen, stellen we 1 op 20, dat geeft 2000 geboorten in ’t jaar. Nemen we nu aan dat de helft meisjes zijn, en dat een derde van die meisjes wordt weggeworpen (die schatting is zeker niet te hoog), dan zouden er in Saiatsji alleen per jaar meer dan 300 kinderen worden vermoord, bijna een per dag. Ook al konden we maar de helft daarvan redden met een gesticht te bouwen, de moeite en onkosten zouden ruimschoots beloond zijn.

Menig lezer is misschien geneigd te vragen ; Wie verzorgt al die afgekochte kinderen, wat worden er voor de opvoeding gedaan Ik wil hierop gaarne antwoorden, maar ik zou hem eerst willen verzoeken vooral toch niet te vergeten dat wij hier in China zijn en op z'n chineesch leven ; Sineesche toestanden naar Europeesche begrippen beoordeelen, gaat niet op. Die kleintjes dan, worden gewoonlijk nog op den geboortedag zelven, door den vader of een familielid, uit eigen beweging naar de christenheid gebracht. De aanbrenger krijgt zijn loon en gaat heen; het kind wordt overhandigd aan eene vrouw, door den missionaris uitsluitend voor de verzorging der weeskinderen gehuurd. Deze wascht het kind, voorziet het van kleertjes en komt er mee ten doop. Na den doop wordt het weesje aanstonds uitbesteed bij eene voedster, zoo mogelijk in de christenheid zelve, anders bij eene heidensche.

Van kunstmatige voeding der kinderen kan hier geen spraak zijn. De voedster trekt maandelijks 500 sapeken ; bovendien geven wij 2maal in ’t jaar enkele ellen katoen voor kleedjes, en tegen den winter een half pond watten.