is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de duizenden engeltjes mede te rekenen die het elk jaar naar het paradijs opzendt, ons ook helpt, om hier op aarde het rijk des duivels te vernietigen.

De goede God beware dit heerlijk werk en doe het meer en meer bloeien !

Uw zeer nederige en dankbare dienaar.

f Mare. Ghatagnon.

Apost. Vic. van Midden-Su-tsjuen.

AZIÉ.

Brief van eene Religieuze Franciscanes, Missionaris van Maria, uit de Missie van Zuidelijk Floe-pé aan de leden der Fl. Kindsheid. Isjang.

vervolg van bladz. 27 der Annalen.

De kleine Kuen had geweend, hard geschreeuwd; de koopman had haar in zijne armen genomen, ver weggevoerd en, na veertien dagen, opnieuw voor 15 frank aan Isjang verkocht; nu was zij het eigendom van Sjoeang-Ki geworden.

Arme Kuen ! Eens dacht zij droevig aan dat alles en hare tranen verduisterden zoodanig hare oogen, dat zij bij het schoonmaken der tafel, met den stoffer er een vaas afstiet, die met veel geraas aan stukken viel.

Dubbele-Vreugde kwam natuurlijk spoedig aangeloopen en schoot op het zien der gebroken vaas in eene hevige woede.

„Ellendige, gij hebt mijn fraaie vaas stuk gemaakt, ik, op mijne beurt, zal den bezemstok op uw rug stuk slaan.”

De bedreiging werd letterlijk uitgevoerd en Kuen weende van pijn. Toen de bezem, in twee stukken was weggeworpen, viel de kleine op de knieën en smeekte zacht en nederig hare meesteres om vergeving.

„Ik zal voortaan voorzichtiger zijn, vergeef mij.”