is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 61, 1911, no 361-366, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LISASI, HET NATUURKIND.

Brief van den WelEerw. Pater Dalle van de Missionarissen van Scheut.

In 1901 kwam in de missie van St. Trudo een negertje aan van een jaar of acht; hij kwam uit het land der Batetela, waar de WelEerw. Pater Handekijn onlangs een missie stichtte, en hij heette Lisasi.

Een echte Mutetela die Lisasi! Berekende sluwheid en ongebonden wildheid waren de karaktertrekken, die zijnen volksaard kenschetsten. Het kost geduld en beleid en strijd aan zulke ruwe en weerbarstige inborst een juk, hoe zacht ook, aan te passen.

Lisasi talmde niet de waarheid dezer bewering door zijne daden te staven

Den tweeden dag reeds van zijn verblijf aan de missie, ’s morgens op het appèl, was,zijne plaats in de rij der jongens onbezet. De capita werd op verkenning uitgezonden naar het huis, waar Lisasi op kosten der missie was uitbesteed : hij keerde onverrichter zake terug. Overal werd gezocht; nergens was eenig spoor van Lisasi te ontdekken. Tegen den avond evenwel meldt zich eene vrouw aan, die den kleine bij de hand leidt. Lisasi keek verre van bedeesd of beteuterd, en er lag eer uitdaging in zijn blik als hij opzag naar de vrouw die hem aanklagen zou.

Deze had zich ondertusschen in postuur gesteld en hare armen zwaaiend begon zij vol verontwaardiging: „Groote chef, welken ergerlijken kwajongen hebt gij nu opgeraapt? Hoe kunt gij zulk gespuis aanvaarden ? Deze stal een mijner kippen en durft daarbij schadevergoeding van mij eischen. Waarvoor ?... Spreek zelf, kleine bengel, zeg wat gij van mij te vorderen hebt!”

„Wat ik van u te vorderen heb ? De betaling van mijn ijzeren haakje dat gebroken is. Hoor, groote chef! Om