is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wist wel, dat de kinderen van China het geheim kenden om den goeden God meer te beminnen dan wij.

Maria. Dat was mijn geluk. Een heidensch oom kwam mij eens bezoeken en zeide mij;

Voortaan vervang ik uw vader en moeder, hun goed is mijn goed, hun huis mijn huis, hunne dochter mijne dochter, volg mij, gij zult gelukkig zijn.

Ik zou u niet kunnen zeggen, lieve zuster, wat er in mij omging toen ik hem aldus hoorde spreken. Ik wist dat mijn oom heiden was, wreed en een verwoed vijand der christenen ; mijn arm hart was gebroken.

X. Arme zuster, maar hebben de heidenen dan geen hart ? Indien zij zelfs de arme weesjes niet liefhebben, dan beminnen zij ook niets.

Maria. Mijne brave moeder had mij dikwijls gelegd, dat hij, die den goeden God niet bemint niemand oprecht lief kan hebben.

Bij mijn oom aangekomen, begon deze al dadelijk mij aan te sporen mijn godsdienst te verlaten ; want eene christin zou zijn huis ongeluk aanbrengen. De eerste dagen verborg ik mijn tranen en snikken uit vrees van geslagen te worden, maar ik was zeer ongelukkig. Des avonds, alvorens mij te bed te begeven deed ik een lang gebed tot Jesus, Hem smeekende mij niet te verlaten.

X. Hoe is het toch mogelijk, dat er op aarde zulke slechte menschen zijn ? Mij dunkt, het zien alleen van zulke menschen zou mij van schrik doen sterven.

Maria. ’s Anderendaags was het een feestdag. Mijn oom moest een offer brengen aan de duivels en aan de dooden. Hij had daarvoor een varken geslacht en eenig gevogelte. Hij gebood mij hem te helpen om al het noodige klaar te maken.

In plaats van hem te gehoorzamen, begon ik te weenen en Jesus aan te roepen in mijn hart. Ik wist dat christenen geen offers mogen brengen aan de duivels.