is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere achter in de kerk; de biechtelingen nemen plaats in ’t midden en gemakkelijk zouden ze kunnen hooren, wat aan weerszijden verteld wordt. Hoe vaak moesten wij niet zeggen aan hem, die zijne litanie aflas : „Niet zoo hard, vriend, anders hoort het uw buurman,” terwijl de man zonder aarzelen voortging, zeggende : „ Dat is niets. Bambo, dat heeft hij immers ook gedaan 1”

Uit de biecht klappen is hier onbekend, en daarom zijn allen gerust. Nooit zal het iemand wagen, een woord te zeggen van wat hij onwillekeurig van eens anders biecht heeft gehoord.

De moeders komen biechten met haar Benjamin op den rug, en knielen naast den priester neer. De kleine krulkop is gewoonlijk niet bang. Hij kent Bambo, somwijlen zelfs te goed, want het gebeurt meer dan eens, dat hij begint te babbelen en te lachen zonder vrees zijne moeder te storen. Om hem tot stilte te brengen, moet Bambo dan een beetje zout of een klontje suiker beloven; ofwel hem den kwast van zijn stola afstaan om er mee te spelen, nog gelukkig als later de kleine bengel zijn mooi speelgoed wil teruggeven I

Deze scènes ziet men tegenwoordig niet meer. Nu komen de zwarte krullebolletjes niet meer mee; een gedienstige buurvrouw bewaakt ze ofwel ze spelen met elkaar in de kerk, terwijl mama biechten gaat; duurt het wat lang, dan komen ze mama wel eens roepen.

De Goede Week. Gedurende de Goede Week hielden wij| al de kerkelijke diensten. |

Wij waren toen maar met twee Paters thuis. Elk officieerde op zijn beurt en de ander moest het zangkoor begeleiden. Op Witten Donderdag was er gedurige aanbidding. Voor elk dorp werd een uur bepaald en zoodoende was onze kapel den ganschen dag vol geloovigen. Vele bleven dien dag uren en uren voor het Allerheiligste Sacrament doorbrengen. |

Op Goeden Vrijdag zou men werkelijk gezegd hebben, dat de geheele streek in diepen rouw gedompeld was; men kon de droefheid op de gezichten lezen; slechts halfluid werd er dien dag gesproken. Tegen den avond had de vereering plaats van de relikwie van het H. Kruis. Eerst gingen de Paters de relikwie kussen, vervolgens de Zusters; daarna wendde ik mij tot de geloovigen : „Nadert één voor één, als voor de Communie.” En daar kwamen onze vrome