is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich noch roeren, noch omdraaien en was genoodzaakt immer op zijn rug te blijven liggen. Nu sprak ik tot Philippus: „longen, hier is uw werk; leer je makker den Catechismus, en zoo gauw je daarmee klaar bent, krijg je van mij een mooi kostuum.”

Ik wist dat de arme blinde niets zoozeer verlangde dan een broek en jas; hij had er nooit een gezien, maar had er veel van hooren praten, en hij wist enkel dat die kleeding zeer deftig staat. Ph i 1 i pp u s begon. Om gemakkelijker zijn Jeerling onder de hand te hebben, ging de blinde bij den lamme inwonen, en nu was het, dag in, dag uit, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Catechismus opzeggen. ’s Zondags ging ik naar die interessante school om het een en ander uit te leggen. Geen wonder dat de lamme... met leeren gauw vooruit ging. Na een jaar of wat, was hij klaar. Drie dagen vóór Kerstmis liet ik hem halen ; hij woonde de voorbereidende retraite bij en werd gedoopt, tot zijn grootste vreugde en die van den blinden Philip pus, zijn leermeester. Deze, met een mooie jas en een mooie broek aan, stralende van geluk, door ieder neger, en, geloof ik, nog meer door de Engelen was met recht de peter van zijn leerling. De blinde had den lamme op den weg des Hemels geholpen ; de blinde had den weg gewezen, en de lamme had hem gevolgd.

Vindt gij niet, geachte lezers, dat wij toch voor onze moeite goed beloond waren ? Het volk is aan ons gehecht, ja somwijlen te zeer gehecht, zooals uit volgend staaltje blijkt.

Felix. De grootste vrienden van den missionaris zijn de kleine negertjes. In den beginne zijn ze wel een beetje bang van zijn grooten hoed en langen baard, maar dat duurt niet lang. Wel ziet zijn gezicht een beetje zuur, zijn suiker is toch wel zoet; en de vriendschap is gesloten.

Zoo was er in een der omliggende dorpen een klein ventje van een jaar of drie, Felix geheeten. Het kind was door mij gedoopt en zeer aan mij gehecht. Den ganschen dag