is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 62, 1912, no 367-372, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wel zeg mij, zouden uwe kleine armpjes zich om mijn hals kunnen slaan ? ik zou u dan op mijn rug dragen zooals groote Jaak het doet met zijn jong broertje. Och ja, ik wil wel, zoo gij het wilt, antwoordde het blonde kmd. En met het kleine knaapje op de schouders liep Christoffel weer voort.

In de stilte van den nacht hoorde men bij tusschenpoozen de weduwe met zachte stem roepen :

Christoffel, volgt gij?

En het kind antwoordde op denzelfden toon:

Ja, moeder, ik volg u.

Eindelijk toch bezweek het schier onder den last en zuchtte droef:

Mijn krachten zijn ten einde, ik zal mijn moeder roepen.

Neen, Christoffel, neen, wacht nog een weinig. Moed, moed 1 de belooning nadert.

Ik behoef geen andere belooning dan u te beziten en u te beminnen, mijn kleine broeder. Wij zijn arm en behoeftig, maar al zou er slechts één enkele bete broods in huis zijn, zij zal voor u wezen. Mijn moeder is zoo goed, zij ook, zij zal u beminnen zooals ik. Treed ons hutteke binnen; het is er wel donker, maar de blik uwer blauwe oogen zal er licht doen glanzen ; het is er wel droef, maar uw glimlach zal er vreugde zaaien.

En het blonde kind onderbrak hem, zeggende:

Christoffel, gij zijt waarlijk thans een Christoffel, want gij hebt Christus gedragen, uw Heer en God. Onthoud mijne woorden : er zal een dag komen, dat gij mij nogmaals zult dragen en in uwe gewijde handen houden gij zult mij in uw hart willen doen nederdalen, maar ik zal u opnemen in het mijne.

Het liefelijk visioen verdween, een lichtspoor achter zich latende, en' met bevende stem vroeg Christoffel.

Hebt gij hetjgehoord, moeder?

Neen, zeide de moeder als werktuigelijk, terwijl zij