is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 63, 1913, no 373-378, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mogen onze dierbare leden, onze weldoeners en vrienden zich tot haar wenden in al hunne noodwendigheden. Zuster Theresia heeft gezegd ;

„Ik zal op de aarde een regen van rozen doen vallen,” en zeker heeft zij nog niet alle rozen in den Hemel afgeplukt.

Brief van de Eerw. Moeder Jona Sanier, Overste der Zusters van het Heilig Kruis van de missie van Bettiah (Oost-Indie).

Dierbare Weldoeners.

Behalve de jongens-weeshuizen heeft de Missie van Bettiah ook nog vier weeshuizen voor kleine meisjes, bestuurd door de Zusters van het H. Kruis. Deze huizen zijn bestemd tot opname van kleine meisjes, die men van heidensche familiën afkoopt. Soms worden ons deze arme schepseltjes door het gerecht bezorgd, omdat zij door hare onbarmhartige moeders verlaten werden.

Op deze wijze werden ons laatst twee kinderen bezorgd ongeveer vijftien dagen oud. Het eene werd half in het zand bedolven gevonden. De goede Voorzienigheid waakte over het kleine zieltje, en met de genade des Doopsels versierd, vloog het weldra ten Hemel. „Het andere scheen te zwak om op deze aarde te kunnen blijven leven. De goede God wilde echter de zorgen, die men aan haar besteedde, zegenen ; het groeide voorspoedig op en werd zienderoogen dagelijks sterker. Dit meisje werd in het water gevonden. Hare moeder had een steen aan het lichaampje bevestigd om te beletten dat het boven dreef of aan den kant bleef liggen

Ziehier eene andere geschiedenis.

’t Was ten tijde van groote schaarschte. In een groot gezin, waar de vader een klein daggeld verdiende, leefde, behalve drie zieke groote kinderen, ook nog een heel klein kind, dat om wille van zijn zwak gestel en den honger dagelijks