is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 63, 1913, no 373-378, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het onderhoud van zijn huisgezin te voorzien, en nochtans, het geschenk dat zij bracht was voor mij een ware schat. Maar wat mag het dan toch wel geweest zijn, hoor ik u nieuwsgierig vragen. Luister.

Deze vrouw, alhoewel heidensch, moet voorzeker een min of meer juist denkbeeld gehad hebben van de verhevenheid van het werk der H. Kindsheid en onder den indruk daarvan, heeft zij bij zich zelve gezegd : „Ik kan den priester geen grooter genoegen doen, dan met hem een kind ten geschenke te geven. Ik zal in de buurt op zoek gaan naar een pasgeboren schepseltje en zoo ik er een vind en in handen kan krijgen, zal ik het den priester uit dankbaarheid aanbieden.”

En inderdaad, zij is op zoek gegaan, vond twee dagen later het verhoopte geschenk en bracht het mij, om, zooals zij zeide, mij hare dankbaarheid te betuigen. Ik was er waarlijk door getroffen, want deze handelwijze getuigde van een edel gevoelen in het hart eener ongeloovige. Moge deze edelmoedige daad haar geluk bijbrengen ; moge de Heer haar hart, dat zoo vatbaar is voor verheven gevoelens, door zijn genade en liefde tot zich trekken, haren geest verlichten en haar eenmaal door de gave van het ware geloof vergelden !

Later hoop ik u nog wel eens eenige voorbeelden te verhalen, en dit zal, hoop ik, grootelijks uw liefde tot uw schoon genootschap versterken en u van jongsaf een verheven behagen leeren scheppen in goede werken te doen uit liefde voor Jezus en voor de zieltjes.

FR. DE BOECK,

missionaris van Scheut,