is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 64, 1914, no 379-384, 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een hond in den hals was gebeten ; het heeft nog eenige weken geleefd.

De priester van de hier naast gelegen christenheid ontving laatst een pasgeboren meisje, waarvan reeds een armke was opgevreten.

Ik zou aldus nog vele bladzijden kunnen vullen met feiten ; maar genoeg: ik oordeel mijn stelling voldoende bewezen.

,Beminnen de Chineezen hun kinderen dan niet ?” hoor ik een nieuwsgierigen lezer vragen. Toch wel. De kinderen worden immers onmiddellijk na hun geboorte gedood of weggeworpen; eenige dagen later echter zou de moeder daar niet meer van willen hoeren; ’t kind is dan, terwijl het gevoed wordt, aan de moeder lief geworden.

Zelfs beminnen de Chineesche moeders hun kinderen zoozeer, dat zg er de slaaf van zijn. Maar hoe het komt dat zg dan zoo wreed kunnen zijn voor hun pasgeborenen ? Luister, de Chineezen zullen het u zelf zeggen. Ik heb het wel honderdmaal uit hun mond gehoord : „Seng de pa tsHng, nai de ts’ing" vrij vertaald: „de opvoeding alleen maakt het kind dierbaar aan de moeder.” In deze woorden moeten wij den uitleg dier latere liefde zoeken.

Hier moet ik nochtans doen opmerken, dat de Chineezen ook grootere kinderen levend wegwerpen, b. v. in geval van ziekte. Maar daar is bijgeloof mede gemoeid : zij vreezen den koei, den kwelgeest, die in het zieke kind huist. In ’t jaar 1911 werd ik eens naar Seu kan k’i geroepen, bij de familie Kai, de rijkste van het dorp, om er een ziek kind te behandelen. (Ik deel nog al medicijnen uit en de heidenen komen mij daarom nog al eens raadplegen.) ’t Kind was reeds zeven jaar oud en leed aan een erge keelontsteking; ik oordeelde het geval hopeloos. Pas was ik vertrokken of men droeg het kind buiten in ’t veld. De honden hadden echter den tijd niet om