is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 64, 1914, no 379-384, 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stokoude missionaris, nog jong van hart, is als een groote rijke bloem, omringd van kleine speelzieke roosjes van het weeshuis te Nan-boot-s’-ien, dat hg met wijsheid en goedheid bestuurt. Keg immer is hij de koene soldaat van Christus of neen, ik zal maar zwijgen, want zoo deze regelen ooit onder de oogen van onzen goeden Papa kwamen, zou zijn nederigheid het mij niet vergeven.

Pater Guisset houdt zich, zooals ik zeide, met de H. Kindsheid bezig en dit is het tweede punt hetwelk ik wilde bespreken. Dit zijn nu echte rozen; zij tellen echter geen 76 lentes en zijn ook niet zonder doornen. Mijn weeshuis te Siang-kouati telt 337 kinderen.

Ja, 337, waarvan het oudste nauwelijks 15 jaar oud is en het jongste, laat zien, vier dagen, geloof ik, want daar komen gedurig kleintjes bij. Beneden de vier jaar zijn er 118 en verblijven dus nog bij de voedsters.

En dit is nog niet alles: mijn naaste buurman. Pater Melckebeke, heeft er nog 120 bij voedsters uitbesteed.

Hemelsche goedheid ! wat zijn er toch veel voedsters noodig !

Voedsters zijn er juist niet te kort, iets ergers maakt mij bezorgd, namelijk hun rekeningen op tijd te betalen. Ge ziet, daar komen de doornen al voor den dag.

Hebt ge op Zaterdagavond nooit die lange rij werklieden voor een onzer groote fabrieken zien staan P lets dergelijks zoudt gij te Siang-houo-ti kunnen zien den eerste van elke maand, want dat is de groote betaaldag. Op den vooravond zendt moeder overste mij het welbekende briefje: ,Pater, morgen is het de eerste der maand, betaaldag voor de voedsters.” Ja, die eerste der maand ! Had ik iets te zeggen in den' ministerraad te Peking, ik zou hen aanraden, den eerste van elke maand maar af te schaffen.

Maar daar hoor ik den lezer en vooral de lezeres vragen : „Waar haalt Gij toch al die kleine meisjes vandaan en vrat doet Gij er mede ?”