is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 65, 1915, no 385-390, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Is dat niet bewonderenswaardig ? Haar dood maakte op de arme heidenen zulk een indruk, dat na dien tijd de bekeeringen zich in dat dorp iederen dag vermenigvuldigen.

In het gebergte leefde een krasse grpsaard met z’n achttien kinderen en kleinkinderen. In dat verschrikkelijke jaar verzamelde hij ze rondom zich en sprak hen aldus aan :

„Ik ben oud en nutteloos en nu zend O. L. Heer mij de gelegenheid om nog door m’n dood nuttig te zijn. Ik zal dus niet vluchten. Laat mij het huis bewaren. Gij die jong zijt, vertrekt naar de bosschen en de bergen en tracht de hoosdoeners te ontkomen. Gij moet u in ’t leven houden voor Kerk en land.”

Zij antwoordden eenstemmig :

„Neen vader, wij zijn u ons leven schuldig, en, als wij sterven, dan zal onze dood vruchtbaar zijn. Nieuwe geslachten van christenen zullen uit ons bloed opschieten. Wij blijven bij u om met u te leven of te sterven.”

Benige dagen later werd aan de Boksers door een valschen buurman verraden, dat er in het dorp een christen familie was, en dat zij met verachting hunner bevelen, voortging te bidden en haar godsdienst uit te oefenen.

Toen de oude de nadering der Boksers vernam, liet hij uit kisten en kasten de schoonste kleeren halen en gelastte dat men die zou aantrekken ; zelfs de kleinste kinderen moesten hun beste plunje aandoen. Dan nam hij een kruisbeeld in de hand, en liet ze allen voor zich uit naar buiten gaan, eerst de kleintjes, dan de vrouwen ; ze gingen als in processie hunne beulen te gemoet. De oude sloot den stoet met het kruisbeeld in de hand.