is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 65, 1915, no 385-390, 1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliezen. Ik dacht onwillekeurig aan zooveel bloeiende leven» in Europa, die onverbiddelijk worden neergeworpen en gedood op het slagveld. Daar hoor ik opeens de klaterende stemmen en de groeten van m’n jongens, die op me toestormden en een einde maakten aan m’n mijmering.

God zg geloofd, Swami !

Zgn zegen zij met U, kinderen.

Wat zouden de guiten mg wel te vragen hebben? Ik hield uit voorzorg m’n hand al op m’n zak.

Woorderlijk vroegen ze mij dit:

Swami, de oorlog is toch een leelijk ding. Uwe broeders, en onze weldoeners sterven op de slagvelden. Daar moet een einde komen aan dien oorlog. Wij hebben het voornemen gemaakt, om dit jaar geen varken te slachten, maar daarmee te wachten tot na den oorlog en dan feest te vieren op het herstel van den vrede.

Hoe vindt ge dat ?

Een ander trekje. Ge moet weten, dat de Indiërs verzot zijn op rooken. Een hal ven dag zonder rooken zijn, is hun een der zwaarste penitentiën.

Swami, wij begrijpen, dat onze weldoeners in Europa, dit jaar heel wat moeite zullen hebben, om ons een schotellje rgst te bezorgen. Daarom willen wij zuinig zijn. Als u ’t goed vindt, zullen we niet meer rooken tot na afloop van den oorlog.

Ge begrijpt, dat hunne beide groote vragen grootmoedig werden ingewilligd. Maar ik wil het eerlijk bekennen, dat toen het kleine troepje weg was, om hier of daar te gaan ravotten in de wei, ik iets in m’n oogen voelde, dat veel weg had van een dikken traan. De zakdoek kwam er aan te pas.

Vinkana, het oude manneke, waarvan ik boven sprak, heeft, verbeeld u, het land aan m’n Cherubijntjes. Dat komt