is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 66, 1916, no 391-396, 1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot algemeene vreugde kon zij weer in het onderricht verschijnen en haar generale biecht afleggen.

Weldra zou het onzes Heeren Hemelvaart zijn. Twee dagen daarvóór hield een Pater, die juist daar in de Parochiekerk een noveen ter eere van O. L. Vrouw had geëindigd, de laatste toespraak tot de kinderen. Met pakkende woorden vermaande de door God begeesterde priester de kinderen, die in ademlooze spanning zaten te luisteren, den naderenden heiligen dag in stille godsvrucht en vurige ingetogenheid af te wachten. „Mijne kinderen,” sprak hij:

„De vijf-, zes -, en zeven en twintigste Mei, die weldra daar zullen zgn, zijn voor u gewichtige dagen. Op ieder dezer dagen ontvangt ge een voornaam'en heilig Sacrament. Op den vijf en twintigsten dat der H. Biecht, op den zes en twintigsten dat der H. Communie en den zeven en twintigsten, dat van het H. Vermsel.” Doch hij had er niet het minste voorgevoel van, dat hij daarbij had kunnen toevoegen : en de daaropvolgende dag, de achtentwintigste Mei, zal voor een uwer haar sterfdag zijn!”

Ook Greta had er in geheel geen voorgevoel van, dat ze nog maar drie dagen slechts zou te leven hebben. Met godvruchtige ontroering had dat brave kind naar deze verhevene woorden geluisterd en had het tot het einde toe uit gehouden.

Toen ze echter thuis was aangekomen klaagde de kleine pletseling over hevige pijn en moest aanstonds te bed gaan liggen. En toen moeder vroeg, waarom ze niet, zeodra ze ongesteld begon te worden, uit de kerk gegaan was, antwoordde zij : „O, moeder, de pater preekte zóó schoon, dat ’t me enmogelijk was weg te gaan ; voor geen geld ter wereld zou ik één van zijn woorden hebben willen missen, moeder!”

Het opnieuw weder opkomen der ziekte nam van het begin