is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 66, 1916, no 391-396, 1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangevoerd door hunne bewonderenswaardige meesters en meesteressen. De les is gekomen van de lippen van Hem, die op zichtbare wijze Jezus Christus op aarde vertegenwoordigt en wiens woorden hun hoog gezag outleenen aan God zelf.

Een der meest treffende en vruchtbaarste gewoonten van de H. Kindsheid is het jaarlijksche feest der kinderen. De nederigste dorpen zoowel als de volkrijkste steden willen zulk feest vieren ; overal laat dat feest in het hart der kleinen een dienen indruk achter, die door de jaren niet licht wordt uitgewischt. Rome zou dus ook zjjn feest hebben, maar op een wijze zooals Rome het alleen hebben kan, grootsch en der Eeuwige Stad waardig.

Van ’s morgens half negen op dien schitterenden Zondag van Juni, vulde zich de kerk van Bt. Andrea della Valle met kinderen, die aan het feest zouden deelnemen. Zij kwamen in groepen, aangeveerd door hunne onderwijzers en namen plaats in het onmetelijke middenschip, een der grootste en prachtigste van Rome. De jongens plaatsten zich aan den Epistelkant, de meisjes aan de Evangeliezijde. Alle plaatsen waren al bezet en nog bleef de stroom aanhouden.

Processie met het beeld van het Kindje Jezus.

Om negen uur begon de processie van het Kindje Jezus. Honderden kinderen in het wit, in de hand dragend leliën en rozen of vaandels en banieren, of ook brandende kaarsen trokken al zingend door de zijbeuken.

Dan volgde de geestelpkheid, die het beeldje van h&i Santo Bambino omgaf en dat gedragen werd door den celebrant.

Dat beeldje heeft een heele geschiedenis. De overlevering zegt, dat het in de 16® eeuw werd gebeeldhouwd, en wel tijdens het leven van den H. Cajetanus om de gedachtenis te vereeuwigen van een verschijning, waarbij het Kindje Jezus zich neerlegde in de armen van dien Heilige, terwijl hij tijdens den Kerstnacht, in de kerk van Maria Maggiore in gebed neerlag voor de relikwiekast, waarin de arme plankjes van het