is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 66, 1916, no 391-396, 1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yantré erg onstuimig, ’s Morgens heel vroeg kwam Agatha met haar kleine Agnes in de armen en vergezeld van haar man en nog een zoontje van 14 jaar bg de rivier en ging met haar kinderen en drie andere passagiers in een schuitje om overgezet te worden. Haar man was niet gerust en volgde het veerschuitje met zijn oog.

Eensklaps stak de wind op, de rivier werd onstuimig en deed het zwakke bootje kantelen. Met den eenen arm houdt Agatha de kleine Agnes op haar hart. Met den anderen arm houdt zij den mast omklemd, die op het water dreef. Haar zoon drijft bij haar. Wie hem vasthoudt, weet ze niet.

De schipper en de drie passagiers verdronken; ’t waren allen heidenen.

Onze goede Christin voelt hare krachten minder worden. Ze heeft den dood voor oogen. Maar op eens beveelt ze zich aan de H. Maagd „Goede Moeder” roept ze, werp een blik van medelgden op mijn kinderen. In naam hunner onschuld, red ze!”

Ze keert zich om en ziet een schuit. Met bovenaard sche krachtsinspanning werpt ze Agnes daarin en verliest het bewustzijn. De schuitenvoerder, die haar zoon al gegrepen had, redde ook de moeder en komt met de drie geredden aan ons Weeshuis. Wij gaven hem een goede fooi, en gingen onze zorgen wijden aan de geredden. Weldra kwam ook de man van Agatha aangeloopen. Hg had het gevaar gezien en was in een bootje gesprongen om hulp te brengen. De brave man, ook Christen, weende van vreugde, en wist niet, hoe God en Maria te danken. Met zijn vrouw schreef hij deze redding toe aan de onschuld van Agnes en achtte nog meer dan eerst het werk der H. Kindsheid, die op aarde en in den Hemel de machtige beschermers vermenigvuldigt.

Toen de heidenen dit feit hoorde, konden zij hunne bewon-