is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 68, 1918, no 403-408, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derlijk bemind door de Europeesche of Inlandsche zusters; en dat maakt hun hart verblijd. De wegloopers zijn dan ook zeldzaam, de voortgang in godsdienstkennis is snel, de godsvrucht in eere. Het gekweel van een gansche vlucht vogels brengt in een kooi niet zooveel bezieling en vroolijkheid aan, als in onze missie-posten de gezangen, gebeden en het dartel spel van deze springende jeugd zulks doen.

Een vierde groep wordt gevormd door onze scholieren en scholiersters; 22 onzer landelijke scholen hebben we moeten sluiten bij gebrek aan onderwijzers, en een vijftigtal andere zijn in verval geraakt en kunnen bij gebrek aan geld niet meer behouden worden; maar 606 blijven er nog over. Deze 606 lagere scholen vertegenwoordigen in den loop van het jaar gemiddeld 20.256 leerlingen per dag: n. 1. 12.351 jongens en 7.905 meisjes.

Op de vijfde plaats komen de kleine zieken. Van de 427.570 geneesmiddelen, dit jaar uitgedeeld in onze hospitalen en apotheken waren er 140.000 voor de kinderen bestemd.

Eindelijk komt een laatste groep, die onzer kleine bekeerde heidenan. Ofschoon de kinderen, die reeds Christen zijn het leeuwendeel krijgen van onze herderlijke zorgen, daar zij de lammeren zijn onzer geestelijke kudde, vormen de jonge katechumenen ook op zichzelf een even belangrijke als talrijke groep, aan wier onderricht de missionarissen iederen morgen drie uren van hun tijd wijden. Van de 15.407 doopsels van dit jaar zijn er 5.104 van jonge katechumenen, jongens en meisjes. Indien gij verlangt kennis te maken met deze havelooze, maar vurige en eenigszins geestdriftige jeugd, ziehier een staaltje, onder honderd andere van dezelfde soort.

Muddu is een jongetje van tien of elf jaar, met opgewekt uiterlijk, levendige oogen,en een meer dan middelmatig verstand. Hij heeft het ongeluk de zoon te zijn van een apostaat. Ofschoon hij twee oudere broers had, was hij toch door zijn vader voorbestemd als diens erfgenaam. Hij maakte kennis met den