is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 68, 1918, no 403-408, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

catechist der plaats, die hem sprak over het doopsel en hem het Onze Vader en Weesgegroet leerde. Den eersten keer, dat hij door zijn vader verrast werd, terwijl hij geknield voor zijn bed deze twee gebeden aan ’t opzeggen was, kreeg hij zulk een menigte stokslagen, dat hij zoodra hij kon loopen, de vaderlijke hut ontvluchtte en een toevlucht kwam zoeken in de Missie. Tweemaal heeft zijn vader rond de hutten gezworven waar onze katechumenen in de • Missie verblijf houden, met het duidelijk doel de hand op den voortvluchtige te leggen en hem tegen wil en dank naar het dorp terug te brengen, maar telkens had de jongen den tijd om in het struikgewas te verdwijnen en er te blijven totdat vader vertrokken was. Een maand geleden kwam de apostaat terug met twee zijner muzelmansche vrienden, en ditmaal wendde hij zich rechtstreeks tot den missionaris, dien hij sommeerde hem zijn jongen te geven. Het kind werd geroepen; hij valt op zijn knieën voor zijn vader, hem smeekend hem in de Missie te laten, totdat hij het doopsel heeft ontvangen; maar de ellendige wil er niets van hooren en grijpt den kleine vast. Terwijl hij zich trachtte los te wringen uit zijn handen, richtte dit kind van tien jaar zich in al zijn lengte op en zeide op zeer kalmen toon tot zijn vader: „Vader, gij kunt gerust uwe lans nemen en mij dooden, want ik wil liever sterven, dan van hier te vertrekken zonder gedoopt te zijn.” De vader, onthutst, wist niets te antwoorden; hij keerde zich om en ging heen. Hij is sedert niet meer verschenen. Wat Muddu betreft, daar hij na twee maanden vloeiend kon lezen en den tekst van onze twee katechismusboekjes kende, is hij dadelijk tot de christelijke leering ter voorbereiding van het doopsel toegelaten, en op het einde van dit jaar zal hij gedoopt worden. Er is geene Missie-statie in het vicariaat, die niet elk jaar een half dozijn dergelijke bekeeringen te boeken heeft, zooals die van deze kleine Muddu. Wat vooral bewon-