is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 68, 1918, no 403-408, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weet ge wel, Gavouka, dat uwe afgoden u tot niets dienen, dat zij hoegenaamd geen macht hebben ? Het zijn horens van antilopen gevuld met uitwerpsels, het is hout, het zijn veeren van vogels, het is aarde en gij zoudt willen dat daarin eenige kracht huist ?

—lk weet het wel, Pater, maar die vrouwen! ... Gij hoort ze, zij maken er veel lawaai over.

Dat geeft niets, geef mij uwe afgoden.

Ziedaar, doe er mee wat gij wilt.

De Pater liet zich dat geen tweemaal zeggen, hij maakte zich meester van de heele verzameling, zelfs van het beeld der voorouders ! Opeens barstte er een heele toonladder van protestaties los. „Hoe, Pater gij gaat den God van he dorp verbranden, waarin onze vaders, grootvaders, al onze voorouders wonen ! Maar gij zult een regen van ongelukken op ons doen neerdalen.

Welnu dat is goed, riep de Pater, ik neem alle ongelukken voor mijn rekening, en ik verzeker u, dat u volsterkt niets kwaads zal overkomen.

Wat u betreft, Gavouka, kwel u niet. Eenmaal christen geworden, zult gij in den hemel de plaats innemen van den beschermgod van het dorp, Uw afgod kan niets, maar gij met uw broeder zult ons van uit den hemel beschermen. Verre van ons ellende over te zenden, zult gij voor ons van God verkrijgen al wat ons gelukkig kan maken!

Op dezen dag, was er een weinig vreugde, vreugde ten minste voor den missionaris, want iedereen woonde minder blijgezind de verbranding bij, en sedert is de blijdschap teruggekeerd. Waarlijk geen enkel ongeluk is op het dorp neergekomen en het moet erkend worden : „De Pater is sterker dan alle afgoden!” Dat moest hij ook bewijzen.

Na dit offer ging de onderrichting van het hoofd goed vooruit, zijn ijver was bewondcrenswaardig; maar men moest zich haasten om den dood vóór te blijven.

Inmiddels maakte Pater Dréan een einde met den bouw van een nieuwe kapel in een van zijn landelijke parochies. Mgr. Auguard vaardigde mij af om ze te gaan inwijden.

Het was een Zondag : catachumenen en christenen waren in grooten getale aanwezig; verschillende heidensche opperhoofden