is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 68, 1918, no 403-408, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De goede God zal ons wel helpen u te voeden en te kleeden.” En zij geleidde de kleine naar den vroolijken troep der kleine meiden. Paravedie had weldra kennis gemaakt met al hare gezellinnen. Zij was nauwelijks gekend, of zij werd reeds bemind. Het zonderlinge meisje, uit eigen beweging gekomen, heerschzuchtig en on(ferworpen, rechtzinnig, dankbaar en liefdevol 1

Des avonds was zij al thuis in ’t weeshuis. Zij had aanstonds begrepen, dat de H. Mis van dien morgen, die geheimzinnige eeredienst, het offer was van Jezus, de Nader Soaami; hare gezellinnen hadden haar gezegd, dat de Soaami grooter dan heel de wereld daar tegenwoordig was in de kleine hostie. Hij, die alle dagen rijst gaf aan de Tayarees. En reeds had Paravedie haar hart toegewijd aan dien God zoo goed en machtig, met een ongekunstelde teederheid.

„Welnu! vroeg haar de Overste, toen zij haar ’s avonds ontmoette, zijt gij traaf geweest?

Ja Tayaree!

Hebt gij goed gewerkt?

Ja, maar niet zooveel als bij Paro.

Wilt ge naar haar terugkeeren?

O 1 neen, nooit!

En als zij u eens kwam halen ?

Zij zou zonder mij vertrekken.

Welhoe, kleine koppige, zeide moeder lachend. En als ik u eens terug stuurde.”

Paravedie stampte met haar blooten voet op den grond; zij antwoordde met beslistheid : „Ik zou niet vertrekken.”

Ho I ho! hervatte Tayaree, dat is gauw gezegd. zijt slechts een klein meisje: eene leerlinge der 3® klas zou u in hare armen kunnen nemen en u in die van Paro leggen.

Neen, neen, Tayaree, protesteerde het meisje, die overigens zeer goed begreep, dat de Zuster gekscheerde. Ik zou mij zoo vast aan het huis van den Souami hechten, dat gij mij niet zoudt kunnen meenemen.