is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 68, 1918, no 403-408, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WESTELIJK COCHIM- IN CHINA.

DE BEKEERINO VAN DEN BONZE.

Een relegietize van aenH. Paulus van Chartres schrijft ons uit Saigon.

Laat mij, beste leden, u de gesctiiedenis verhalen van een bekeerden- bonze (priesters der valsche góden.) Hel feit heeft plaats gehad te Bentre, een Christengemeente, die nog maar twintig jaar bestaat. Het distrikt bezit een hospitaal, dat in 1899 gesticht werd. Daar werken onze Zusters van den H. Paulus van Chartres. Christenen, heidenen, allen worden zonder onderscheid In deze wijkplaats der liefdadigheid opgenomen, maar de heidenen hebben er de overhand. Onder al de doopsels, daar toegediend, verdient er eene om zijne merkwaardigheid aangestipt te worden. Een bonze, nog wel de voornaamste der pagode, gevoelde zich zeer afgemat en liet zich op zekeren dag naar het hospitaal brengen. Na het onderzoek van den dokter, werd hem gezegd, dat zijne genezing zeer twijfelachtig was. De goede Zuster die hem diende, verlangde zeer naar zijne bekeering en beval hem aan in de gebeden der Communiteit Het was een grooten yisch, die in het net van den H. Petrus moest gevangen worden. Deze bonze was twee maanden tevoren tot hoofd der pagode gekozen. Hij had zonder zwakheid te toonen de vereischte beproevingen doorstaan, die hierin bestonden, dat hij zonder eenig teeken van smart moest verduren dat hem bollen brandende wierook op den kalen schedel werden gelegd (den bonzen wordt zooals men weet het hoofd kaal geschoren), en hij werd eenstemmig waardig gekeurd de góden te naderen en te dienen.

Het gelaat van onzen zieke had iets eigenaardigs; het schitterde van vertrouwen en vreugde. Hij lachte altijd als hij de zuster zag voorbijgaan. Op zekeren dag wilde hij den rozenkrans der Zuster aanraken, hij beschouwde den Christus met ontroering, vroeg daarna om te mogen spreken. O! welke verrassing, hij openbaarde toen het werk Gods in zijne ziel. De Goede Herder zou weldra het verdwaalde schaap in zijn goddelijken schaapstal binnenleiden... Luistert, beste Leden, het is de bonze zelf, die het woord neemt: „Ik heb altijd in de dwaling geleefd, maar met het voorgevoel, dat daar het licht niet was. Ik heb dikwijls aan den voet van mij