is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 69, 1919, no 409-414, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eind van ’t touw vast, en ’t kleine manneke ’t eerste stuk.

Ws let lammeltè wat harder wou loopen, trok ’f baasji stevig aan ’t koord. En hij zag niet dat die groote vroun veel moest helpen, anders was hij wel boos op haar geworden, Bij den kerkingang moest ’t schaapke buitenblijven. St. Janneli moest het loslaten en alleen de kerk in. Maar dat ging zOG maar niet. Sint Janneke wou zijn beestje meenemen nm voor in de kerk. En toen ’t beestje werd weggebracht, begon ’t ventje te huilen. De Zuster moest er bij te pas komen. Hij wou maar niet stil worden. Hij moest bij het schaapje 'blijven. En of de Zuster al zei, dat hij ’t straks weer mocht hebben, ’t hielp niets. Alle kinderen gingen de kerk in en Sint Janneke stond buiten nog te schreien. Ten laatste nam de Zuster hem mee naar binnen. Toen begon hij te trekken en nog harder te huilen. Oh, dat kleine deugnietje ! Onder de H. Mis stond,St. Janneke bij zijn schaapje, dat buiten stond vastgebonden. Nu huilde Sint Janneke niet meeremstreelde zijn diertje. J

Na de H. Mis Jging alles goed. Sint Janneke; ging met zijn beestjefweermooi in de rij., staan. De vrouw was er ook weer bij en hield het touwtje weer mee (vast. Nu ging 1 het door het , J-Sint Janneke fdacht nog 'wel eens jaan dienidroom,stoen niet jvast kon houden,'maar het* beestje waren'ook geen; stoute