is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 69, 1919, no 409-414, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sumatra als op de landengte van Malakka. De zee is zoo rustig alsof ze niet anders kan zijn. Tegen zes uur laat de kapitein tiet anker vallen, want tiij wil niet vóór morgen de haven van Singapore binnenloopen, waarvan ze nu nog slechts 20 K.M. verwijderd zijn. De nacht valt in, maar nog geruimen tijd blijven de reizigers praten op het dek. ’t Is al een flink eind over tienen, eer allen zich ter ruste hebben begeven.

Wat er toen gebeurde, beschrijft ons één der Missionarissen, een Hollander, volgender wijze:

We liggen zoowat een kwartier te bed en zijn nog niet ingeslapen; ’t is zoo warm. Plotseling komt er een hevige wind opzetten. Zoo iets, dat het weer nl. in een oogwenk omslaat, gebeurt heel dikwijls in deze streken. De stom loeit over de zee. Door het raampje zien we de golven woest opspringen met vreeselijk gehuil. We zijn echter niet bang; op een boot, zoo hecht als de onze, heeft men niets te vreezen. We praten en schertsen gemoedelijk onder elkaar door. Maar wat begint het schip vreemd over te hellen aan stuurboord 1 Gewoonlijk „rolt” het zoo niet. We hooren, dat er in de gangen passagiers loopen en praten. Op het dek is geroep van matrozen. De kisten in het ruim hooren we door elkaar rollen. Er moet stellig iets bijzonders aan de hand zijn. De nieuwsgierigheid jaagt ons het bed uit. De helling van de boot is zóó sterk, dat we niet recht kunnen blijven staan; we rollen van den eenen kant van de hut O naar den anderen. Zoo’n gek iets hebben we nog nooit beleefd. Wat gebeurt er toch ?

De kajuitsbediende komt binnen. De moet onmiddellijk worden dichtgeschroefd. De man, die anders altijd lacht, kijkt nu heel ernstig. We vragen hem, wat er

1) hut, zoo heet het slaapkamertje van een reiziger op de boot. patrijspoor i, zoo heet het raampje in elke hut.